Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/4.6.3
4.6.3 Gevallen waarin het bezit en bedrijfsmatige gebruik samenvallen
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS299217:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Denk aan de exploitant die tevens eigenaar van de betreffende ‘bedrijfsmiddelen’ is. Dit ligt anders in geval van bijvoorbeeld huur of lease van zaken die in het kader van de bedrijfsvoering worden aangewend.
Zie voor andere kwesties waarin deze systematiek niet werd onderkend HR 27 april 2001, NJ 2002/54, m.nt. CJHB (Donkers/Scholten); Hof Leeuwarden 22 juni 2010, JA 2010/115 (X/Politie Regio Ijsselland); Rb. Utrecht 8 augustus 2007, JA 2007/153 (X/Regiopolitie Utrecht); Rb. Leeuwarden 1 september 1999, VR 2000/124 (Val van kameel); Hof Arnhem 17 februari 2004, NJ 2004/405 (Val van paard); Hof Leeuwarden 12 november 2003, VR 2003/183 (Paardrijles); HR 23 december 2005,RvdW 2006, 25 (Steijn/Bongers); Rb. Roermond 13 augustus 2003, VR 2004/30 (Kuipstoel).
Hoewel dit bepaald niet altijd zo hoeft te zijn, zal het in de praktijk regelmatig voorkomen dat de bezitter van de door de art. 6:173, 174, 179 bestreken zaken eveneens kwalificeert als de bedrijfsmatige gebruiker daarvan.1 Wanneer het bezit en bedrijfsmatige gebruik van zaken zich aldus in dezelfde hand bevinden, is de desbetreffende persoon binnen het stelsel van art. 6:181 jo. 6:173, 174 en 179 hoe dan ook met de kwalitatieve aansprakelijkheid daarvoor belast. Wel leidt het huidige wettelijk systeem er dan toe dat deze aansprakelijkheid aanknoopt bij de hoedanigheid van bedrijfsmatige gebruiker, niet bij die van bezitter. (ook) Wanneer de persoon van de bezitter en bedrijfsmatige gebruiker dezelfde zijn, vindt de aansprakelijkheid zijn grondslag dus niet in art. 6:173, 174, 179 alléén maar in art. 6:181 jo. art. 6:173, 174 en 179. In de praktijk wordt echter regelmatig miskend dat wanneer het bezit en bedrijfsmatige gebruik van de zaak samenvallen, de aansprakelijkheid niet is gegrond op het bezit van de zaak maar aanknoopt bij het bedrijfsmatige gebruik dat daarvan wordt gemaakt. Illustratief is Rb. Rotterdam 17 maart 2004, NJF 2004/339 (Paardrijles), waarin ‘G’ deelnam aan een paardrijles op manege ‘M’. Nadat G hierbij van een paard was gevallen dat de manege toebehoorde, sprak G de manege tot schadevergoeding ex art. 6:179 en/of art. 6:181 aan. De rechtbank overwoog:
‘Niet in geschil is dat het paard waarop G. heeft gereden eigendom van de manege, derhalve van M. was. Aan de toepasselijkheid van artikel 6:181 BW komt de rechtbank derhalve niet toe. M. zou, indien aan de daarvoor geldende vereisten is voldaan, reeds op grond van artikel 6:179 BW aansprakelijk kunnen zijn.’ (curs. AK)
Nu de manege – zo kan worden aangenomen – als bedrijfsmatige gebruiker van het paard in de zin van art. 6:181 had te gelden, had in mijn ogen juist de vraag naar het bezit ex art. 6:179 kunnen blijven rusten. In lijn daarmee was het naar mijn idee in deze kwestie dan zuiverder geweest om aan te nemen dat de aansprakelijkheid van de manege berust op art. 6:181 jo. 179, en niet op art. 6:179 alléén. In Rb. Noord-Nederland 12 december 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5555 (Wolvenpark) draaide het om Oikos BV, die een themapark exploiteerde waarbij het mogelijk was onder begeleiding het verblijf van de aanwezige wolven te betreden. Tijdens een ‘ontmoeting’ met deze wolven werd een aantal bezoekers gebeten, dat Oikos vervolgens aansprakelijk stelde op grond van ‘artikel 6:179 BW in combinatie met artikel 6:181 BW’. De rechtbank overwoog:
‘Oikos was ten tijde van het voorval de bezitster van de wolven. Dat deze wolven in en door het incident schade hebben aangericht is niet betwist. Als bezitster van deze wolven is Oikos aansprakelijk voor deze schade, hetgeen evenmin is betwist. (…) Oikos is dan ook gehouden de schade die het gevolg is van de aanval door de wolven te vergoeden.’ (curs. AK)
Oikos was ten tijde van de schadeveroorzaking niet alleen bezitter ex art. 6:179, maar – zo kan worden aangenomen – ook bedrijfsmatige gebruiker van de wolven als bedoeld in art. 6:181. Alsdan koppelt het huidige wettelijk systeem haar kwalitatieve aansprakelijkheid aan de hoedanigheid van bedrijfsmatige gebruiker, niet aan die van bezitter van de dieren.2