Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/B
B Artikelsgewijze toelichting
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976951:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet voortgezet onderwijs van 29 september 2020, Stb. 2020, nr. 379.
Vgl. Ph. Fruytier e.a. (red.), ‘Multidisciplinaire bestudering van de rechtswetenschap´, AA 2007, 11, p. 829.
In het vrije deel kunnen vakken worden ingevoerd (artikel 2.44 Wvo).
Vgl. C.H. van Rhee, ’Geen rechtsgeleerdheid maar rechtswetenschap’, RM Themis 2004, 4, p. 198.
Artikel 2.21 Wvo, Fruytier (red.) 2007 en A. Terlouw, ’Rechtssociologie zou nog meer integraal onderdeel van de opleiding moeten zijn, Radboud-Rechten, mei 2019, p. 8-9. (‘Terlouw pleit al jaren voor een vak rechten op de basisschool´).
Vermeulen 2007, p. 53 e.v.; vgl. M & P-redactie, ‘Wat heeft ze nu weer bedacht?’. Afscheidsinterview met M & P-redacteur Lieke Meijs, M & P 2018, 5, p. 16 en T. Barkhuysen, ’Artikel 23 Grondwet: struikelblok voor democratisch, rechtsstatelijk en inclusief onderwijs?’, NJB 3 mei 2019, p. 1227.
Artikelen 8 Wpo, 11 Wec en 17 Wvo oud ; vgl. J. Lievens, ‘Haga-saga wordt misbruikt om vrijheid van onderwijs in te perken’, Trouw Opinie, 22 maart 2019, p. 23.
J.N.M. Charmant, ‘Politieke socialisatie: concept, theorieën, onderzoek, Civis Mundi 1993, 21, p. 225-234; zie: Nieuws, ‘Rechtsstaat wereldwijd druk’, NJB 9 februari 2018, p. 349 (worldjusticeproject.org), Y. Buruma,´Vooraf. M en de rechtsstaat´, NJB 2018, p. 355, H. Spoormans, Alsof het volk regeert, (oratie OU), Heerlen: OU 2018, Symposium bij gelegenheid van het afscheid van Huub Spoormans van de OU, Democratie ontrafeld: Inzichten in hedendaags onbehagen, NJB 16 februari 2018, p. 401/02, Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van J en V (11-01-2019) over toezeggingen bij het debat over de staat van de rechtsstaat (Kamerstukken I, 2018/19, 34775 VI, A1) en mgr. G. de Korte, ‘Democratische rechtsstaat’, BisdomNieuwsbrief Den Bosch 2 februari 2019, 1, p. 1.
Zie: G. ten Dam & M. Volman, Scholen voor sociale competenties. Een pedagogisch-didactische benadering, Lisse: Swets & Zeitlinger Publ. 1999; vgl. D. Wijte, ’Wat is onderwijs?’, in: VKMO, Denkend aan morgen Visies & Visioenen, ’s-Hertogenbosch: VKMO 2012, p. 69 en Zoontjens 2019, p. 9.
Vgl. S.C. Derksen, ‘Zonder kennis geen politieke vorming’, in: Weekblad 1973, p. 1833-1835, P. Appelhof & M. Walraven, Sociale competentie ter bevordering van participatie in de samenleving. Een verkenning. Op zoek naar indicatoren, Utrecht: Oberon 2002 en J. Bron, Een basis voor burgerschap, inhoudelijke verkenning voor het funderend onderwijs, SLO 2006.
F. Savater, Vrijheid, gelijkheid, burgerschap. Zakboek voor mensen van morgen, Utrecht: Bijleveld 2009, p. 9; vgl. Onderwijsraad, Een eigentijds curriculum, Den Haag 2014.
H.Q. Röling 1982, p. 73; vgl. Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, Vormen van democratie. Een advies over democratische gezindheid, Amsterdam: SWP 2007, p. 9, F. Tönnies, Gemeinschaft und Gesellschaft, Abhandlung des Communismus und des Socialismus als empirischer Culturformen, Leipzig: Fues (R. Reisland) 1887, S.R. Steinmetz, Inleiding tot de sociologie, Haarlem: Bohn 1931, P. Angelinus O.F.M. Cap, Wijsgerige gemeenschapsleer, 1, ‘De gemeenschap op zich’, Utrecht: DV 1937, p. 40-58 en deel II, ‘De gemeenschap in haar verhouding tot haar leden’, 1938, p. 52-95, en P.J. Bouman, Sociologie. Begrippen en problemen, 6e druk, Antwerpen: Standaard 1953, p. 15-16.
I Wijzigingen van de Wpo:
Artikel 8 lid 3 onder a, b en c Wpo
Artikel 9 lid 2 onder d Wpo
Het kennisgebied burgerschap vervangt maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting. Actief burgerschap wordt vervangen door democratisch burgerschap, waarvoor kennis en vaardigheden vereist zijn. Houdingsvorming is in beginsel een taak van de school (artikel 23 Gw).
Burgerschapsvorming in het kennisgebied burgerschap in artikel 9 lid 2, onder d Wpo en 13 lid 3, onder d Wec is gericht op school- en verenigingsburgerschap. Ingevolge artikel 9 lid 5 Wpo worden bij AMvB kerndoelen vastgesteld.
Voor school- en verenigingsburger zijn: (a) aspecten van actief burgerschap, sociale integratie en schooldemocratie en (b) respect voor ieders achtergrond en cultuur in het leergebied oriëntatie op jezelf en op de wereld in mens & samenleving.
Het leren van de beginselen van de democratische rechtsstaat en van de structuur en (sub)cultuur van de plurale samenleving komt met name in de laatste fase van de basisschool aan de orde. Bij burgerschap kunnen de gemeentelijke taken als lokale democratische gemeenschap die regie voert over ruimtelijke en sociale inrichting, in praktische werkvormen aan bod komen.
Ook de spelregels voor de verkiezingen en de betekenis van verkiezingsprogramma's kunnen een plaats krijgen. In korte lijnen is de verhouding te schetsen van staat, maatschappij en samenleving, en de betekenis van lokale netwerken en machten.
Informatiedragers voor het oefenen in democratische vaardigheden zijn multimediaal het jeugdjournaal, de krant, het groepsgesprek en het verborgen curriculum.
II Wijzigingen van de Wec:
Artikel 11, derde lid, onder a, b en c Wec
Artikel 13, derde lid, onder d (so) Wec
Artikel 14, eerste lid, onder b (vso) Wec
De kennisbasis burgerschap bevat de gemeenschappelijke kern van burgerschapsvorming. Actief burgerschap wordt vervangen door democratisch burgerschap, waarvoor kennis en vaardigheden vereist zijn. Houdingsvorming vindt in beginsel op grondslag van de school plaats (artikel 23 Gw).
Het kennisgebied burgerschap krijgt een plaats naast het kennisgebied geschiedenis.
III Wijzigingen van de Wvo:
Na het leergebied oriëntatie op jezelf en de wereld (Wpo) in de onderbouw invoeren van burgerschap in plaats van staatsinrichting in het domein mens & maatschappij (Wvo).
In de derde klas vmbo en bovenbouw vwo/havo het vak burgerschap in plaats van maatschappijleer invoeren en in de bovenbouw vwo/havo rechtswetenschap als keuzevak.
Actief burgerschap wordt vervangen door democratisch burgerschap, waarvoor kennis en vaardigheden vereist zijn. Houdingsvorming is in beginsel een taak van de school (artikel 23 Gw).
Ia Artikel 2.24 Wvo (vmbo):
Maatschappijleer wordt vervangen door burgerschap. Een doorlopende leerlijn vraagt invoering van dit vak in het gehele vwo/avo, waardoor de longitudinaliteit van burgerschapsvorming vorm krijgt.
Artikel 2.22 regelt de vaststelling bij AMvB van de kerndoelen in de onderbouw vwo/avo, met aandacht voor de burgerschapsvormende aspecten1 van geschiedenis en staatsinrichting.2 Voor de eerste twee leerjaren vwo/avo richt het bevoegd gezag een samenhangend onderwijsprogramma in (artikel 2.31 Wvo).3
Het vak geschiedenis en staatsinrichting wordt afgevoerd. Geschiedenis blijft naast het in te voeren vak burgerschap in het leergebied mens en maatschappij.
Het vak burgerschap vervangt staatsinrichting in de onderbouw en maatschappijleer in de bovenbouw vwo/avo. Het beoogde burgerschapsonderwijs is staatsrechtelijk, politicologisch en bestuurskundig van karakter. De staat én de samenleving komen complementair aan bod in het vak burgerschap.
IIa Artikel 2.22 Wvo (onderbouw)
Het vak geschiedenis en staatsinrichting wordt vervangen door het vak geschiedenis. Er vindt ontkoppeling plaats van staatsinrichting van geschiedenis en staatsinrichting, wordt ondergebracht in burgerschap. Geschiedenis blijft zelfstandig.
De doorlopende leerlijn krijgt in het vak burgerschap invulling.
IIb Artikel 2.22 Wvo (onderbouw)
Burgerschap wordt toegevoegd, met een vernummering tot d en verder.
IIIa Artikel 2.21 Wvo (bovenbouw atheneum)
Maatschappijleer wordt als verplicht vak vervangen door burgerschap.
Maatschappijleer is sinds 2007 met 120 slu vastgelegd als maatschappelijke oriëntatie. Maatschappijleer kent geen kennisbasis noch een doorlopende leerlijn burgerschap. Het keuzevak maatschappijwetenschappen continueert.
IIIb Artikel 2.21 Wvo (bovenbouw gymnasium)
Maatschappijleer als verplicht vak wordt vervangen door burgerschap.
De doorlopende leerlijn burgerschap vindt hier zijn einde.
Het keuzevak maatschappijwetenschappen wordt gehandhaafd.
IV Artikel 2.21 Wvo (vwo)
De profieldelen bestaan mede uit een bij AMvB aangewezen vak ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze vakken aanbiedt.
V Artikel 2.21 Wvo (vwo)
Het keuzevak rechtswetenschap is mede hieronder begrepen.
Het invoeren van een keuzevak rechtswetenschap op vwo/havo is aan te bevelen voor de identiteitsontwikkeling van de leerlingen als dragers van subjectieve rechten en plichten en als opmaat tot een juridische vervolgopleiding.4
De invoering kan plaatsvinden door het schoolbestuur, na verkregen goedkeuring van de minister.5 Het doel is het verwerven en ontwikkelen van kennis van en inzicht in de rechtstheoretische grondslagen en werking van het recht in de samenleving.6
Het keuzevak rechtswetenschap omvat bij voorkeur:
Grondslagen en werking van het recht in de samenleving:
Grondslagen van recht: rechtstheorie (metajuridica), inleiding in de werking van recht: rechtssociologie, -psychologie, economie, criminologie, rechtspluralisme, rechtsgeschiedenis, privaatrecht, staats- en bestuursrecht, straf(proces)recht en mensen- en kinderrechten.
Juridische basisvaardigheden:
Het hanteren van Grondwet, wetboeken, jurisprudentie en juridische literatuur. Meer in het bijzonder: het samenvatten van standaardjurisprudentie en juridische literatuur.7
VI Artikel 2.21 Wvo (vwo)
Het vak rechtswetenschap mede hieronder begrepen. Met de vastlegging bij AMvB dan wel op besluit van het bevoegd gezag is dit vak in de vrije delen van elk profiel op te nemen.
VII Artikel 2.21 Wvo (vwo)
Het keuzevak rechtswetenschap hierbij te betrekken. Het bevoegd gezag beslist tot verplichting van vakken en programmaonderdelen.
VIII Artikel 2.21 Wvo (havo)
Maatschappijleer wordt vervangen door burgerschap als op het vwo.
IX Artikel 2.21 Wvo (havo)
De profieldelen kunnen bestaan uit een vak ter keuze van de leerling uit bij AMvB aangewezen vakken, voor zover het bevoegd gezag deze aanbiedt.
X Artikel 2.21 Wvo (havo)
Het keuzevak rechtswetenschap is mede hieronder begrepen.
Rechtswetenschap behoort tot de maatschappelijke vakken.
XI Artikel 2.21 Wvo (havo)
Het keuzevak rechtswetenschap is mede hieronder begrepen.
Rechtswetenschap wordt voorgesteld onder nadere voorwaarden als (meta-juridisch) keuzevak in het vrije deel van elk profiel. Voorwaarde is onder meer een aanwijzing van het te kiezen vak bij AMvB en de aanbieding door het bevoegd gezag.
XII Artikel 2.21 Wvo (havo)
Het bevoegd gezag beslist over het volgen van vakken en programmaonderdelen.
XIIa Artikel 2.2 Wvo (actief burgerschap en sociale cohesie):
Onderwijs is mede gericht op participatie in de democratische rechtsstaat en plurale samenleving
actief burgerschap vervangen door: democratisch burgerschap
Voorziet in toevoeging van de democratische rechtsstaat en pluriform in plaats van pluraal
In 2006 is in de artikelen 8 lid 3b Wpo, 11 lid 3b Wec en 6 en 17 Wvo oud een burgerschapsopdracht vastgelegd.8
Het uitgangspunt is dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving, kennis maken met de achtergronden en culturen van de leeftijdsgenoten, maar ook dat het onderwijs gericht is op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie.9 Voorondersteld wordt dat socialisatie voorwaardelijk is voor integratie van leerlingen in de samenleving en participatie in de democratische rechtsstaat.10 Met het oog hierop dienen ze kennis te nemen van culturen, gewoonten en gebruiken en, op gezag van de Wet tot bevordering van actief burgerschap en sociale integratie, een houding van actief burgerschap te ontwikkelen.11
Democratisch in plaats van actief burgerschap verdient de voorkeur. Gezien het gebiedende element van ‘actief’ ware dit te vervangen door ‘democratisch’ burgerschap. Dat vraagt een schoolcultuur als oefenplaats voor democratie, waarin dergelijk burgerschap tot uitdrukking kan komen.12 Het oefenen in gedeelde basisvaardigheden als het debatteren en het organiseren van de democratische besluitvorming is een voorwaarde voor het behoud van een sociale organisatie van gelijken.13 Evenzeer vraagt de verwerving van burgerzin om oefening in een veilige schoolcultuur.14
IV Burgerschap als thema in bepaalde kennisgebieden en vakken herkenbaar vastleggen
Voorstel om burgerschapsthema’s aan de examenprogramma's geschiedenis, aardrijkskunde, economie, maatschappijleer/-wetenschappen/-kunde, kunst en filosofie toe te voegen op de aanvullingen in 2006, toen in samenhang met de inwerkingtreding van de Wet bevordering actief burgerschap en sociale integratie. Nu op basis van de Wet bevordering actief burgerschap en sociale cohesie (2021).