Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.4.1.1.2
3.4.1.1.2 Hof van Justitie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291336:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Kokott 16 februari 2017, zaak C-36/16, V-N 2017/15.22, punt 25 (Posnania).
HvJ EU 15 september 2011, gevoegde zaken C-180 en C-181/10, V-N 2011/50.19, r.o. 39 (Słaby/Kuć) en HvJ EU 9 juli 2015, zaak C-331/14, V-N 2015/34.22, r.o. 24 (Kezić).
HvJ EG 26 september 1996, zaak C-230/94, V-N 1997/1653, 22, r.o. 28 (Enkler) en HvJ EU 12 mei 2016, zaak C-520/14, BNB 2016/186, m.nt. Swinkels, r.o. 30 (Gemeente Borsele).
A-G Kokott meent dat ‘alle activiteiten van een producent, handelaar of dienstverrichter’ een typologische omschrijving van typen ondernemingen is. Naar haar mening is het daarom niet noodzakelijk dat aan alle kenmerken van een bepaald type onderneming wordt voldaan om een economische activiteit aan te nemen; een voldoende mate van vergelijkbaarheid volstaat.1 Ook het Hof van Justitie gaat hiervan uit, aangezien het van oordeel is dat het actief ondernemen van stappen door middelen in te zetten die vergelijkbaar zijn met die welke een producent, handelaar of dienstverrichter aanwendt normaliter volstaat om een economische activiteit aan te nemen.2 Het Hof van Justitie acht het vergelijken van de omstandigheden waarin de betrokkene de betrokken activiteit verricht met die waarin dit type economische activiteit in de regel wordt verricht een methode om vast te stellen of de verrichte activiteit een economische activiteit is.3