Einde inhoudsopgave
Toegang tot het recht bij massaschade (R&P nr. 150) 2007/3.2.1
3.2.1 Waarom niet Part 19.11?
mr. I.N. Tzankova, datum 30-03-2007
- Datum
30-03-2007
- Auteur
mr. I.N. Tzankova
- JCDI
JCDI:ADS598442:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er zijn wel wat terminologische wijzigingen ten opzichte van de oude regeling, maar het is niet duidelijk of daaraan enige betekenis moet worden toegekend: Mildred 2000, p. 396.
Mulheron 2004, p. 67-8, Andrews 2003, p. 991-4, Mildred 2000, p. 395-8.
Andrews 2003, p. 993-4 bespreekt het zeldzame geval waarin een dergelijke schadevergoedingsvordering mogelijk zou zijn: 'Mis can happen if a defendant's total liability can be calculated readily and damages divided precisely among class members'. Er zijn slechts twee voorbeelden hiervan bekend (uit 1941 en 1981), waarvan de tweede succesvol was alleen maar omdat de vertegenwoordigde partijen instemden met een cy pres distributie van de gevorderde schadevergoeding. Voor een uitleg over cy pres ofwel `next best besteding' die het mogelijk maakt dat verkregen schadevergoedingen of ontnomen voordeel naar derden, zoals belangenorganisaties, toe kan vloeien, zie Tzankova 2005, p. 79-83.
Andrews 2003, p. 988, 991-4, Hodges 2001, p. 122-4, Mildred 2000, p. 396-7. De rechtspraak ten aanzien van de oude regeling van de Engelse `representative procedure' is van grote invloed geweest op het ontwerp van de huidige Canadese en Australische class action regeling. Deze interactie wordt besproken door Mulheron 2004, p. 77-94 die zelfs van mening is dat de nieuwe regeling van Part 19.111 niet nodig was geweest als men creatiever was omgegaan met de bestaande regeling.
Mulheron 2003, p. 102 en Andrews 2003, p. 991. Dit wordt enigszins genuanceerd door Hodges 2001, p. 102: een voorwaarde is wel dat partijen het eens zijn geworden dat een `aggregate award' wordt toegewezen.
Andrews 2003, p. 993, Andrews 2002, p. 485. Ook de Consumentenbond heeft over dit gevolg van de huidige Nederlandse collectieve actie regeling geklaagd in haar reactie op Een nieuwe balans 2003 (zie de reactie van de Consumentenbond p. 6-8, ook besproken door Tzankova 2005, p. 92, noot 318).
Voordat ik nader inga op Part 19.111 wil ik kort aangeven waarom ik mij bij de behandeling van het Engelse regime beperk tot 'groepsacties' en niet tevens de Engelse `representative action', neergelegd in Part 19.11, meeneem. Zoals in hoofdstuk 1 reeds aan bod kwam, staat hier de afwikkeling van massaschade centraal waarin financiële aanspraken, doorgaans een schadevergoeding, voortvloeiend uit contract of onrechtmatige daad, geldend worden gemaakt. Uit het door mij uitgevoerde voorbereidende literatuuronderzoek blijkt dat de `representative action', althans de nagenoeg identieke voorganger daarvan,1 tekortschoot juist bij de effectuering van dergelijke aanspraken.2 Het vorderen van een schadevergoeding is onder die regeling, anders dan in Nederland, wettelijk niet uitgesloten, maar komt in de praktijk niettemin nauwelijks voor.3 In de literatuur wordt gesuggereerd dat het vereiste dat de vertegenwoordiger een identiek belang (`same interest') in de procedure moet hebben als de vertegenwoordigde, hieraan in de weg staat.4 Zodra eigen schuld of andere individueel getinte verweren aan bod komen, of per individueel geval een verschillende beoordeling van causaliteit of de aansprakelijkheidsvraag bijvoorbeeld mogelijk is, wordt aangenomen dat hier niet aan voldaan is. Bij vorderingen tot schadevergoeding spelen dergelijke sterk individueel gekleurde vraagstukken steeds mee, terwijl in Engeland bovendien nog altijd de regel geldt dat 'the arithmetic of individual loss must be done painfully and precisely'. Toewijzing van een 'globale' schadevergoeding (`at large') is niet mogelijk. Het Engelse recht staat hier doorgaans geen concessies toe.5
In de praktijk wordt de regeling van Part II vooral gebruikt voor het verkrijgen van verklaringen voor recht (`declarations') dat een bepaalde handelwijze ontoelaatbaar is, waarna de betrokkenen kunnen overwegen een zelfstandige procedure te starten: een `two stage'-benadering. De Nederlandse collectieve actieregeling functioneert in de praktijk op een soortgelijke wijze. Van deze mogelijkheid wordt in Engeland om meerdere redenen nauwelijks gebruik gemaakt. Ze blijkt niet aantrekkelijk te zijn, omdat een partij die een `representative action' financiert dat mede ten behoeve van anderen doet, maar wel alleen het volledige procesrisico dient te dragen (het free rider probleem).6 Van Part 19.11 valt voor de oplossing van de problematiek die ik hier onderzoek, weinig te leren.