De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.1:9.1 Inleiding
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284585:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
743. Het is tijd voor een algemene synthese en slotbeschouwing waarin ik het in dit boek gevonden antwoord op de onderzoeksvraag overzichtelijk weergeef. In dit boek onderzocht ik hoe de civiele aansprakelijkheidsvereisten van onrechtmatigheid, csqn-verband, art. 6:98 BW-toerekening en art. 6:163 BW-relativiteit conform het civiele aansprakelijkheidsrecht op consistente wijze kunnen worden toegepast bij de vaststelling van overheidsaansprakelijkheid voor het nemen van onrechtmatige appellabele besluiten. Verder stelde ik mij de vraag hoe daarbij rekening gehouden kan worden met de door bestuursrechtelijke normen beheerste context waarbinnen de overheid bij het nemen van appellabele besluiten opereert. De onderzoeksvraag is kort (62 woorden), het antwoord – helaas – lang (± 110.000 woorden). Dat heeft in essentie twee verklaringen.
744. Ten eerste bleek dat het huidige besluitenaansprakelijkheidsrecht, ondanks het dogmatische streven daarnaar, op het gebied van de onrechtmatigheid en het csqn-verband niet zuiver aansluit op het algemene civiele recht. De eerste ruwweg 55.000 woorden zoeken die aansluiting. Dat is een zoektocht geweest langs de precieze werking van de civiele csqn-toets (hoofdstuk 3), het precieze onrechtmatige gedrag binnen het besluitenaansprakelijkheidsrecht, het leerstuk van de wettelijke bevoegdheid als rechtvaardigingsgrond en de leerstukken van meervoudige causaliteit (hoofdstuk 4 en 5). Door die aansluiting op het algemene civiele recht past het besluitenaansprakelijkheidsrecht ook beter in het – op het materiële civiele recht aansluitende – bewijsrecht (hoofdstuk 6). Ik beschrijf de aansluiting in §9.2.
745. Ten tweede bleek in hoofdstuk 7 dat de relativiteitsleer en redelijke toerekeningsleer ogenschijnlijk wel aparte leerstukken met eigen criteria zijn, maar zij in werkelijkheid aanzienlijke overlap vertonen waardoor zij zich niet op consistente wijze tot elkaar verhouden. Mijn zoektocht naar een consistente toepassing van het algemene civiele recht dwong mij ertoe te onderzoeken hoe die twee leerstukken zich wel op een consistente wijze binnen het wettelijke systeem en dus ook binnen het algemene civiele recht tot elkaar kunnen verhouden. Dat resulteerde in een driestapstoets. In hoofdstuk 8 kon ik vervolgens die driestapstoets toepassen op het besluitenaansprakelijkheidsrecht. Aan deze twee onderwerpen zijn de andere 55.000 woorden van dit boek gewijd. Ik beschrijf de uitkomsten daarvan in §9.3 en 9.4.