De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.3:9.3 De relativiteit en redelijke toerekening in het civiele recht
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/9.3
9.3 De relativiteit en redelijke toerekening in het civiele recht
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284669:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik beschrijf de leerstukken uitvoerig in §7.2 (relativiteit) en §7.3 (redelijke toerekening).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
810. De beschouwingen over causaliteit en onrechtmatigheid vormen ook de basis voor het tweede deel van dit boek: de toepassing van de relativiteitsleer (art. 6:163 BW en ‘jegens’ uit art. 6:162 lid 1 BW) en de redelijke toerekeningsleer (art. 6:98 BW) in het besluitenaansprakelijkheidsrecht. Daarvoor was noodzakelijk te onderzoeken wélke geschonden norm in het besluitenaansprakelijkheidsrecht nu precies centraal staat. De relativiteitsleer stelt de geschonden norm immers centraal, terwijl de redelijke toerekeningsleer de aard en strekking van de geschonden norm als één van de relevante toerekeningscriteria aanwijst.
811. Op het eerste gezicht zijn de relativiteit en de redelijke toerekening duidelijk van elkaar te onderscheiden leerstukken met eigen toepassingscriteria.1 In hoofdstuk 7 bleek echter dat zij in belangrijke mate overlappen en niet duidelijk is hoe de redelijke toerekeningsleer zich precies verhoudt tot de huidige relativiteitsleer. Zonder duidelijkheid over de scope van de leerstukken en de bijpassende criteria is het niet goed mogelijk een casus consistent en op inzichtelijke wijze op te lossen. Mijn onderzoek is gericht op een consistente toepassing van het civiele recht op het besluitenaansprakelijkheidsrecht. Dat veronderstelt een consistente verhouding tussen de relativiteitsleer en de redelijke toerekeningsleer. In hoofdstuk 7 heb ik daarom allereerst een driestapstoets ontwikkeld waarin beide leerstukken zich consistent en conform het wettelijk systeem tot elkaar verhouden en ieder eigen criteria kennen. Dat vormt de opstap naar de toepassing van de relativiteit- en redelijke toerekeningsleer in het besluitenaansprakelijkheidsrecht.
9.3.1 De relativiteit en redelijke toerekening en hun overlap9.3.2 Naar een consistente verhouding tussen de relativiteit en redelijke toerekening