Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/7.2.3
7.2.3 De importeur of exporteur van seksuele dienstverleners
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS384983:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:857, NJ 2016/314 m.nt. Van Kempen. Zie ook § 3.4.5.
Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen ‘daadwerkelijke uitbuiting’ en ‘omstandigheden die een uitbuitingssituatie doen veronderstellen’. Vaak zullen de situaties samenvallen, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Van het eerste is bijvoorbeeld sprake als een prostituee gedwongen wordt om te werken voor een pooier en al het geld aan hem af te staan. De tweede situatie zou aan de orde kunnen zijn als een prostituee in eerste instantie thuis werkt voor zichzelf en vervolgens door een pooier wordt overgehaald om bij hem in huis te werken. De pooier biedt 10 procent meer dan het huidige salaris van de prostituee en houdt de overige winst zelf. Het is geen daadwer-kelijke uitbuiting: de prostituee is vrijwillig akkoord gegaan met het voorstel van de pooier dat voor haar een duidelijke verbetering oplevert. De omstandigheden kunnen echter nog wel zodanig zijn dat ze ‘een uitbuitingssituatie doen veronderstellen’, wellicht omdat de pooier heel veel verdient aan de prostituee en de prostituee verder een kwetsbaar persoon is. Zie ook noot Van Kempen met betrekking tot artikel 273f Sr sub 3 in NJ 2016/314.
Sub 3 stelt strafbaar de persoon die iemand in het ene land werft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk diegene in het andere land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. Het sublid implementeert het Verdrag van 1933 inzake de bestrijding van handel in meerderjarige vrouwen. De Hoge Raad heeft – net zoals bij onderdeel 4 – de reikwijdte van deze bepaling beperkt door te oordelen dat de omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn ‘begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld’.1
Situaties van slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid kunnen zich voordoen onder de omstandigheden van sub 3. Er kunnen zich echter ook artikel 4 EVRM praktijken voordoen, zonder dat onderdeel 3 aan de orde is. Een slachtoffer kan in hetzelfde land immers tot slaaf worden gemaakt. Slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid kunnen bovendien bestaan buiten de seksindustrie. Andersom kunnen onder sub 3 omstandigheden worden geschaard die geen slavernij, dienstbaarheid of dwangarbeid betreffen. Een vrouw die vrijwillig meegaat met iemand naar het buitenland om daar in de prostitutie te gaan werken – terwijl dit onder omstandigheden gebeurt waarbij uitbuiting kan worden verondersteld – is geen slachtoffer in de zin van artikel 4 EVRM, maar wel op basis van sub 3.2 Al met al zijn slavernij, dienstbaarheid en dwangarbeid niet specifiek gecriminaliseerd in sub 3. Dergelijke praktijken zouden zich wel voor kunnen doen onder de omstandigheden van sub 3, maar kunnen evengoed plaatsvinden onder andere omstandigheden. Tegelijkertijd heeft sub 3 waar het gaat om vrijwillige seksuele dienstverlening door buitenlandse prostituees, in ieder geval tekstueel een breder strafrechtelijk bereik dan waartoe Nederland op grond van internationale mensenrechten is verplicht.