Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.7.2
10.7.2 De systematiek van de toetsing aan de subnorm `agressieve handelspraktijk'
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS496014:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
OFT 2008a, p. 41. Zie ook Consultation, december 2005, p. 21.
Government Response, februari 2008, p. 7 en 22.
Een prangende vraag is, of voor het kunnen aannemen van `undue influence' — waarbij een `limitation' wordt vereist — ook aan het `impairment'-vereiste zal moeten worden voldaan en of dat tot problemen leidt. Een ruime uitleg van de 'impairment of the consumer's freedom of choice or conduct' overkoepelt m.i. de `limitation of the consumer's ability to make an informed decision'.
Bij `impairment' gaat het bijv. om een verkoper 1who) stays in a consumer's home for so long that they feel compelled to sign a contract for a product': OFT 2008a, p. 42.
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 64 (par. 4.61 aldaar).
Aan s. 40 is daarom i.h.k.v. de omzetting toegevoegd dat 110 does not apply to anything done by a person to another in circumstances where what is done is a commercial practice within the meaning of the Consumer Protection from Unfair Trading Regulations 2008 and the other is a consumer in relation to that practice.' Hoewel deze aanpassing tijdens de consultatie weinig steun ondervond: Summary of Responses, juni 2006, vraag 29.
`Whilst a common sense perspective would ofien regard this as self-evident, a court wild probably wish to be presented with rasher more precise evidence': Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 64 (par. 4.61 aldaar).
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 59 (par. 4.37 aldaar).
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 56 (par. 4.25 aldaar), met verwijzing naar Barton/Amstrong [1976] AC 104 (Privy Council): has long been established that threats to a person or property would give rise to duress if this coerced the innocent person to enter info a contract if he would not have done so otherwise. II is sufficient that the threat was a factor in the decision to enter info the contract, even if it was not a significant, or the decisive, factor.'
Reg. 7(2)(c) biedt houvast bij de 'ongepaste beïnvloeding' en bevat evenmin een verwijzing naar de gemiddelde consument.
Giordano Ciancio 2008, p. 41.
A contrario kunnen andersluidende begrippen dezelfde inhoud hebben en als fractioneel equivalent fungeren.
Howells 2007, p. 172: 1...) the greatest danger might be to assume that the English contract law concept of undue influence, which is surrounded by a number of detailed rules, had been imported info the Directive.'
667. Bij de agressieve praktijken is er sprake van een 'cumulatieve' systematiek waarbij, conform de richtlijn, beide delen van het effectcriterium moeten worden getoetst: de inperking van de beoordelingsvrijheid van de consument, omgezet in Reg. 7(1)(a) en het besluitcriterium, neergelegd in Reg. 7(1)(b).1 Het voornaamwoordje `him' in onder b beoogt te benadrukken dat het om dezelfde `gemiddelde' consument gaat als in onder a.2
Het eerste deel van het effectcriterium bij de agressiesubnorm (de inperking van de keuzevrijheid) wijkt, net als in de richtlijn, af van de definitie van de `wezenlijke verstoring' die meer gericht is op het (aan de misleiding gerelateerde) vermogen een geïnformeerd besluit te nemen (Reg. 2(1)). Ook de definitie van de `undue influence' wijkt in de CPR 2008, net als in de richtlijn, af van de definitie van de agressiesubnorm. De eerste spreekt over de `limitation of the consumer's ability to make an informed decision' (Reg. 7(3)(b)), waar de tweede de `impairment of the consumer's freedom of choice or conduct' (Reg. 7(1)(a)) vooropstelt.3 In de Guidance wordt gewezen op het verschil tussen de `limitation' en de 'impairment' van de beslissing.4 De context zal volgens de Guidance moeten uitmaken van welk type beperking sprake is.
668. Dat de gevolgen van de `harassment' op het gedrag van de geïntimideerde persoon van oudsher niet worden achterhaald, zou, ondanks de expliciete tekst van de CPR 2008, de toetsingssystematiek van Reg. 7(1) kunnen beïnvloeden. De verstoring van het economische gedrag en het effect hiervan — het als gevolg van de intimidatie (waarschijnlijk) aflossen van de schulden — is duidelijk geen vereiste voor het aannemen van intimidatie in de zin van s. 40 Administration of Justice Act 1970.5 Reg. 7(1) is, gelet op het 'cumulatieve' karakter van de toets, een strengere bepaling dan s. 40.6 Vraag is of de rechter hoge eisen zal stellen aan `(...) the kind of evidence that will have to be presented to a court in demonstrating the likelihood that an average consumer would take an adverse transactional decision' .7
Bij de vaststelling van de ongepaste beïnvloeding en dwang zal, naar ik aanneem, niet snel voorbij worden gegaan aan het effectcriterium. De gelijkluidende (`undue influence') of vergelijkbare (` duress') common law-concepten bevatten immers ook een effectcriterium. Bij het leerstuk van de `undue influence' is, naast een feitelijke ongepaste beïnvloeding, vereist dat het contract als gevolg van die beïnvloeding is gesloten.8 Bij `duress' is sprake van een effectcriterium inclusief besluitcriterium.9 De vraag is in welke mate het causale verband in de bestaande leerstukken de uitleg van het effectcriterium uit Reg. 7 zal beïnvloeden.
Het besluitcriterium wordt in geval van 'economie duress' nogal strikt uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval. Bij een laat beroep op `duress', de beschikbaarheid van redelijke alternatieven op het toegeven aan de dwang en de aanwezigheid van onafhankelijke advisering zal niet snel aan het besluitcriterium zijn voldaan. Deze gezichtspunten zouden wellicht een rol kunnen spelen bij de invulling van het besluitcriterium uit Reg. 7. Bij zowel het `duress'-leerstuk als dat van de `undue influence' wordt het effect van de handeling op de persoon in kwestie gemeten. In de literatuur is geopperd dat, omdat Reg. 7(2)(c)10 en 7(3)(b) niet expliciet naar de gemiddelde consument verwijzen, deze subjectieve toets kan worden voortgezet.11 Dat er (vooralsnog) geen individuele toetsing aan de CPR 2008 plaats kan vinden, beperkt de potentiële invloed van de common law-leerstukken op de Regulations.
669. Concluderend kan worden gesteld dat, ofschoon de agressiesubnorm uiterlijke gelijkenis vertoont met Engelsrechtelijke concepten, dit niet betekent dat zij op dezelfde wijze kan worden uitgelegd: de inhoud van de normen kan sterk divergeren naar nationaal of Europees recht.12 De noodzaak van een Europese inkleuring van een ogenschijnlijk nationaal leerstuk wordt in de literatuur ook duidelijk benadrukt.13 Wat de Europese inkleuring van een ogenschijnlijk nationaal leerstuk en een op grond van de richtlijn onjuiste nationaalrechtelijke gekleurde interpretatie zijn, is echter lang niet altijd duidelijk. Een groot probleem is immers dat de Europese betekenis van de richtlijnbegrippen verre van eenduidig is.