Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.4:0.4 Doel, probleemstelling en opbouw van de studie
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.4
0.4 Doel, probleemstelling en opbouw van de studie
Documentgegevens:
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS576671:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. voor een duiding van dat perspectief het voorwoord van Kraakman in The Anatomy of Corporate Law (Oxford 2004, p. v). Het functioneel perspectief 'highlights the economic logic of corporate law', zonder daarbij uit het oog te verliezen dat niet ieder aspect van het ondernemingsrecht economisch gezien rationeel of optimaal is. Dat is ook het uitgangspunt, of in ieder geval de ambitie, van de aanpak in deze studie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van deze studie is om, tegen de in de vorige paragrafen geschetste achtergrond een bijdrage te leveren aan het vergroten van het inzicht over de doelstellingen en de effectiviteit en efficiëntie van het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen. De centrale vraagstelling in deze studie vloeit hieruit voort. Deze luidt als volgt:
wat zijn de doelstellingen en economische rechtvaardigingsgronden voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen;
op welke wijze spelen de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen een rol bij concurrentie tussen rechtstelsels;
zijn de publicatieverplichtingen, gegeven hun doelstellingen, effectief vormgegeven — bereiken zij het doel — en zijn zij (kosten)efficiënt vormgegeven; en
hoe effectief is de vormgeving van enkele publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht en wat zijn de gevolgen van de toedeling van de publicatieverplichtingen binnen het Nederlandse recht voor toezicht en handhaving.
Beantwoording van deze vragen vindt plaats in de vier delen waaruit deze studie is opgebouwd. Aan de eerste deelvraag — wat zijn de doelstellingen en economische rechtvaardigingsgronden voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen — besteed ik in Deel I van deze studie aandacht. Dit deel bestaat uit de hoofdstukken 1 tot en met 7. In dit deel beschrijf ik de hoofdlijnen van de ontwikkeling van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen in het Europese en Amerikaanse vennootschapsen effectenrecht. Vervolgens schenk ik aandacht aan de hoofdlijnen van de ontwikkelingen van het Nederlandse vennootschaps- en effectenrecht. Daarna schets ik de functies en doelstellingen van het Nederlandse vennootschaps- en effectenrecht en van de publicatieverlichtingen in die rechtsgebieden. Deel I eindigt met een analyse van de twee hoofddoelstellingen van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen. Bezien vanuit "functioneel perspectief' zijn deze twee hoofddoelstellingen (i) het verbeteren van de adequate werking van de effectenmarkt en (ii) het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen.
Het functioneel perspectief houdt in dat geabstraheerd wordt van de in de totstandkomingsgeschiedenis van wet- en regelgeving en in de literatuur genoemde doelstellingen van de publicatieverplichtingen. Bij de analyse vanuit functioneel perspectief staat centraal welke (rechts)economische bestaansredenen voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen onderscheiden kunnen worden.1De overige delen van deze studie bouwen voort op het functioneel perspectief. De overige delen van deze studie bouwen eveneens voort op de twee, uit die analyse voortvloeiende, hoofddoelstellingen van de publicatieverplichtingen.
De tweede deelvraag is of, en zo ja: op welke wijze, de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen een rol spelen bij concurrentie tussen rechtstelsels. Ik onderzoek om die reden welke rol de "law matters" these en de theorie van "regulatory competition" (kunnen) spelen bij het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen. Deze deelvraag behandel ik in Deel II van deze studie, dat bestaat uit de hoofdstukken 8 tot en met 13. In die hoofdstukken worden het rechtseconomische beoordelingskader en enkele economische zienswijzen op de ontwikkeling van rechtstelsels geschetst. Daarna schenk ik aandacht aan de — ontbrekende — band tussen het opleggen van publicatieverplichtingen en "regulatory competition". Ten slotte beschrijf ik een drietal mogelijkheden voor het ontstaan van "regulatory competition" bij het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen.
De derde deelvraag is of de publicatieverplichtingen hun doel bereiken — zijn zij effectief — en of zij (kosten)efficiënt zijn vormgegeven. Of er economische rechtvaardigingsgronden bestaan voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen en of het opleggen van publicatieverplichtingen effectief en (kosten)efficiënt is beantwoord ik in Deel III van deze studie. Dit deel bestaat uit de hoofdstukken 14 tot en met 18. Na te hebben besproken welke rol die informatie speelt voor het functioneren van effectenmarkten, schets ik in dit deel de economische rechtvaardigingsgronden voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen. Vervolgens bespreek ik op welke wijze de twee hoofddoelstellingen van het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen worden bereikt. Deel III wordt afgesloten met een eindoordeel over de rechtseconomische onderbouwing van de publicatieverplichtingen.
De vierde deelvraag heeft betrekking op enkele in het Nederlandse recht opgenomen publicatieverplichtingen. Deze (deel)vraag — wat is het oordeel over de effectiviteit van enige publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht en wat zijn de gevolgen van toedeling van die verplichtingen aan het Nederlandse vennootschapsrecht, respectievelijk het effectenrecht — beantwoord ik in Deel IV van deze studie. Dat deel bestaat uit de hoofdstukken 19 tot en met 22. In deze hoofdstukken komen de uit het Nederlandse recht voortvloeiende prospectusplicht, de doorlopende publicatieverplichtingen en de incidentele publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen aan bod. Het laatste hoofdstuk van Deel IV — hoofdstuk 22 — bevat een analyse vanuit functioneel perspectief van enkele aspecten van toezicht en handhaving die samenhangen met de toedeling van publicatieverplichtingen in het Nederlandse recht.