Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.11.0
5.11.0 Introductie
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859241:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4.173 BBW ziet ook op de ontbinding van schenkingen wegens niet uitvoering van de last waaronder zij is gedaan. Dit onderdeel is eveneens van overeenkomstige toepassing op legaten, zo volgt uit art. 4.218 § 1 BBW. De ontbinding van legaten blijft buiten beschouwing.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 40 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Dekkers & Casman 2010, p. 782.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 41 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015) en Pintens e.a. 2010, p. 954.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 39 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015). Vgl. ook Rb. Gent 16 juni 2009, T.Not. 2010, p. 332-333.
Coene, in: Comm. Erf., art. 1046, p. 41 (online, bijgewerkt tot 30 september 2015), Dekkers & Casman, 2010, p. 783 en 785, Dillemans, Van den Bossche & De Clercq 2012, p. 382 en 385, Dillemans, Puelinckx-Coene & Pintens, TPR 1985, nr. 142, p. 642 en Pintens e.a. 2010, p. 953-954.
Met ingang van 1 juli 2022 is het huidige artikel 4.218 BBW in werking getreden. Deze bepaling luidt als volgt:
‘Art. 4.218. Niet-nakoming of ondankbaarheid
§ 1. De gronden waarop, volgens artikel 4.173 e[n] (wijz. MdV) artikel 4.174, § 1, 1° en 2°, de ontbinding of de herroeping van een schenking kan worden gevorderd, gelden ook voor de eis tot ontbinding of herroeping van testamentaire beschikkingen.
§ 2. De erfgenamen kunnen de herroeping wegens ondankbaarheid enkel vorderen indien:
1° de testator overleden is binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het misdrijf, hetzij van de dag waarop het misdrijf de testator bekend kon zijn;
2° de testator overleden is zonder dat het misdrijf hem bekend kon zijn; de erfgenamen moeten de eis dan instellen binnen een jaar, te rekenen hetzij van de dag van het overlijden, hetzij van de dag waarop het misdrijf hen bekend kon zijn, hetzij van de dag waarop het legaat hen bekend kon zijn.
§ 3. Indien deze eis steunt op een grove belediging de nagedachtenis van de testator aangedaan, moet hij worden ingesteld binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf of van de dag waarop het misdrijf de erfgenamen bekend kon zijn.’
Artikel 4.218 § 1 BBW verwijst allereerst naar artikel 4.173 BBW.1 Dit artikel bepaalt dat een schenking enkel kan worden herroepen wegens ondankbaarheid, welke herroeping nooit van rechtswege is. De overeenkomstige toepassing van deze bepaling op legaten maakt derhalve dat legaten ook enkel wegens ondankbaarheid kunnen worden herroepen, hetgeen nimmer van rechtswege plaatsvindt. Er ligt altijd een vordering tot herroeping aan ten grondslag. De verdere spelregels voor het instellen van de vordering tot herroeping van een legaat staan niet in artikel 4.173 BBW, maar in 4.218 § 2 BBW. De situaties waarin een legaat kan worden herroepen volgen uit artikel 4.174 BBW. Deze bepaling kent drie gronden waarop schenkingen herroepen kunnen worden: 1) een aanslag op het leven van de schenker, 2) mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen jegens de schenker en 3) de weigering om de schenker levensonderhoud te verschaffen. Enkel de eerste en tweede grond zijn in artikel 4.218 § 1 BBW van overeenkomstige toepassing verklaard op legaten. De weigering om levensonderhoud te verschaffen is niet opgenomen. De reden daarvoor is dat artikel 4.174 § 1, 3° BBW ziet op het geval dat de (al) begiftigde van een schenking achteraf weigert de schenker levensonderhoud te verstrekken. Op het moment dat de legataris in beeld komt, is de erflater al overleden en heeft hij dus geen levensonderhoud meer nodig.2 Indien het gaat om levensonderhoud dat de legataris weigerde tijdens leven aan de erflater te verstrekken, kan dit wel als grove belediging worden gekwalificeerd en is het legaat op die grond te herroepen.3
Tot slot kent artikel 4.218 § 3 BBW nog een eigen herroepingsgrond voor legaten, te weten de grove belediging van de nagedachtenis van de erflater.
Deze herroepingsgronden zijn limitatief.4
Bij de herroeping van het legaat wegens een aanslag op het leven van de erflater alsmede bij de herroeping wegens mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen jegens de erflater gaat het om onbetamelijk gedrag van de toekomstige legataris tijdens het leven van de erflater. In de literatuur wordt ondankbaarheid daarbij niet als juiste term beschouwd. Het begrip ‘ondankbaarheid’ veronderstelt dat de legataris kennis heeft van het legaat en desondanks zich op een onbetamelijke wijze gedraagt. De legataris wordt pas legataris bij het overlijden van de erflater en tijdens het leven van de erflater weet de toekomstige legataris niet altijd dat hem een legaat staat te wachten. Te minder nu een legaat tijdens leven door de erflater kan worden herroepen. Veel groter is dan de gelijkenis met onwaardigheid, al zijn de regelingen niet gelijk. Van ondankbaarheid in eigenlijke zin is enkel sprake bij de grove belediging van de nagedachtenis van de erflater.5
In deze paragraaf wordt ingegaan op de gronden tot herroeping van een legaat wegens ondanksbaarheid (par. 5.11.1-5.11.3), de vordering tot herroeping (par. 5.11.4) en de situatie dat een versterferfgenaam tevens tot legataris is benoemd (par. 5.11.5). De gevolgen komen in paragraaf 5.12 aan de orde.