De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.2.6:5.2.6 Tussenconclusie
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.2.6
5.2.6 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS389793:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Allain 2017, p. 48.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De anti-slavernij- en slavenhandelverdragen uit de 19e en 20e eeuw en de anti-vrouwenhandelverdragen uit het begin van de 20e eeuw maken zichtbaar dat handel in slaven of vrouwen en slavernij voorheen als aparte con- cepten werden beschouwd en dat de focus lag op het tegengaan van de meest ernstige vorm van uitbuiting: de slavernij. Halverwege de 20e eeuw komen anti-vrouwenhandelverdragen tot stand die zowel de handel als de uitbuiting betreffen. Het verschil tussen de twee concepten wordt daarbij niet meer gemaakt en is ook in latere verdragen niet scherp terug te zien. Wanneer precies sprake is van mensenhandel of uitbuiting en wat het verschil is tussen beide concepten, wordt vaag.1
De geschiedenis van de internationale en Europese anti-mensenhandelverdragen laat voorts zien dat de aandacht voor arbeidsuitbuiting in het begin van de 20e eeuw verstomt. De focus ligt in die eeuw op de bestrijding van seksuele uitbuiting. De belangstelling voor arbeidsuitbuiting wakkert pas weer aan in de 21e eeuw met de komst van het VN Protocol mensenhandel en Europese anti-mensenhandelverdragen. Mensenhandel wordt daarbij niet enkel gezien als een mensenrechtelijke kwestie, maar eveneens beschouwd als een strafrechtelijk probleem waartegen dient te worden opgetreden. De verdragen verplichten staten tot strafbaarstelling van mensenhandel, waaronder ook de handel met als doel arbeidsuitbuiting. Daarbij gaat het niet meer alleen om de ergste vorm van arbeidsuitbuiting (slavernij), ook minder ernstige vormen vallen onder de reikwijdte van de verdragen. Bij de vormgeving van de mensenhandelverdragen wordt voortgebouwd op de anti-vrouwenhandelverdragen uit de 20e eeuw en wordt geen helder onderscheid gemaakt tussen handel en uitbuiting.