De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.5.1:4.3.5.1 Goed werkgeverschap
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.3.5.1
4.3.5.1 Goed werkgeverschap
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949442:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Heerma van Voss analyseert de norm van goed werkgeverschap vanuit drie gezichtspunten.1 Hij ziet deze norm 1) als norm voor de instructiebevoegdheid van de werkgever. Het geven van instructies moet dan ook aan de eisen van goed werkgeverschap voldoen. Bij de toets of hieraan wordt voldaan worden de redelijkheid en billijkheid betrokken, maar ook de algemene rechtsbeginselen zoals de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij het toetsen van de instructiebevoegdheid van de werkgever dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden van het geval én met de beoordelingsvrijheid die de werkgever toekomt ten aanzien van de organisatie en de inrichting daarvan.2 Het goed werkgeverschap kan ook 2) gebruikt worden om nieuwe onderwerpen te normeren die nog niet bij wet of cao geregeld zijn. Daarbij kan gedacht worden aan recente discussies zoals over seksuele intimidatie op de werkvloer.3 Ten slotte 3) speelt de norm een rol bij wijzigingen in de verhouding tussen werkgever en werknemer. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een verandering in taken, de plaats van werken of de arbeidsvoorwaarden.