Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.7.2.3:6.7.2.3 Ontbreken preventieve toets Regeling dienstverlening aan huis: belangen afgewogen
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/6.7.2.3
6.7.2.3 Ontbreken preventieve toets Regeling dienstverlening aan huis: belangen afgewogen
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943597:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 4 onder a en d Algemene Voorwaarden voor Dienstverleningsovereenkomst voor huishoudelijke dienstverlening geboekt via helpling.nl (versie maart 2020).
Hof Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2741, r.o. 3.13.3 (FNV/Helpling).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De activiteiten van het platform zijn gericht op een sector waarin veel zwart wordt gewerkt en waar in reactie daarop verminderde ontslagbescherming is geïntroduceerd. Het platform verdient in veel gevallen aan de fee die gebruikers aan het platform betalen. Van de arbeidskracht kan in elk geval geen vergoeding worden gevraagd in verband met het betaalverbod. Het platform brengt voor zowel arbeidskracht als gebruikers het aanbod in kaart, maar voert geen werkgeverstaken uit en is niet op de hoogte van de uitkomsten van het contact van arbeidskracht en gebruiker. Van het platform kan dan ook niet worden verwacht dat het ontslagbescherming van de arbeidskracht waarborgt. De gebruiker is een particulier die ervoor kiest huishoudelijk werk niet zelf te doen, maar uit te besteden. Van een particulier kan echter evenmin worden verwacht dat hij ontslagbescherming biedt en ontslagprocedures doorloopt zoals professionele werkgevers dat moeten. De aard en context van de activiteiten van de particulier en de gerechtvaardigde verwachtingen van particuliere opdrachtgevers in ogenschouw nemende, kan dus worden gezegd dat de verminderde ontslagbescherming noodzakelijk is voor het bereiken van legitieme doelstellingen. Het belang van de arbeidskracht wordt door het ontbreken van de preventieve toets echter wel vergaand geschaad. Zeer plausibel is immers dat de arbeidskracht uit vrees voor een kostbare en tijdrovende procedure zal afzien van het aanvechten van een mogelijk onterecht ontslag. De effectieve ontslagbescherming van de arbeidskracht is door het uitzonderen van de preventieve toets nihil geworden. Kortom, het ontbreken van de preventieve toets levert ongerechtvaardigde ongelijke behandeling op, die niet kan worden opgeheven door de preventieve toets wel van toepassing te verklaren. Dat laatste zou de particuliere gebruiker namelijk te vergaand schaden. Idealiter wordt de arbeidskracht effectieve ontslagbescherming geboden zonder de particuliere gebruiker te zwaar te belasten. Niet alleen is de administratieve last van de preventieve toets te groot voor de particulier. Als de arbeidskracht het ontslag wel besluit aan te vechten, acht ik het onwenselijk dat de particulier kan worden veroordeeld tot herstel van de arbeidsovereenkomst. De arbeidskracht werkt immers in het huishouden van de gebruiker. De arbeidskracht verleent de gebruiker bijv. zorg of past op diens kinderen. Omdat de arbeidsrelatie zo verweven is met het privéleven van de gebruiker, moet de werkgever de relatie kunnen beëindigen als daartoe de wens bestaat, ook al bestaat daar geen redelijke grond voor in de zin van art. 7:669 BW.
Dat betekent dat er een mildere maatstaf moet gelden voor ontslag door de particulier, maar dat het ontslag wel gecontroleerd wordt door een externe instantie zonder dat de arbeidskracht daartoe het initiatief moet nemen. In plaats van herstel van de arbeidsovereenkomst kan dan een financiële compensatie worden geïntroduceerd die kan worden opgelegd als het ontslag niet aan de maatstaf blijkt te voldoen, maar geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid door de werkgever. Bovendien moeten de herplaatsingsmogelijkheden van de huishoudelijk werker worden onderzocht. Snelle werkhervatting elders verzacht de gevolgen van het ontslag voor de arbeidskracht aanzienlijk. Herplaatsingsinspanningen kunnen echter evenmin van de particuliere werkgever worden gevergd. Ook dit zal dus bij een ander, extern orgaan moeten worden neergelegd. Het platform zou daarbij gezien zijn grote bereik een nuttige rol kunnen spelen.
Toen schoonmaakplatform Helpling nog in Nederland actief was, was in de voorwaarden van het platform de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing verklaard op de overeenkomst tussen gebruiker en schoonmaakkracht. In dezelfde voorwaarden was opgenomen dat de klant een bevestigde boeking van een schoonmaker kon annuleren binnen veertien dagen na acceptatie van de boeking door de schoonmaker tot een uur voor aanvang van de overeengekomen starttijd van de dienst.1 Op basis van de wet heeft een werknemer recht op loon over de oorspronkelijke oproep als de werkgever een oproep tot werken binnen vier dagen voor aanvang van het tijdstip van de arbeid wijzigt of intrekt. Deze vierdagentermijn kan bij cao worden teruggebracht tot 24 uur.2 De termijn van één uur voor gebruikers van Helpling strookt daar niet mee, hetgeen voor het Hof Amsterdam als indicatie diende voor het oordeel dat tussen gebruikers en schoonmakers bij Helpling geen arbeidsovereenkomst bestond. Hetzelfde geldt voor het feit dat op het platform vermeld was dat je van schoonmaker kan wisselen, zonder daarbij te reppen over de vereisten voor beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Het hof oordeelde dat tussen Helpling en de schoonmakers arbeidsovereenkomsten bestonden en Helpling als uitzendbureau fungeerde.3
Ook oppasplatform Charly Cares verklaart de Regeling dienstverlening aan huis van toepassing op de overeenkomst tussen ouder en oppas. Ouders die via Charly Cares een oppasovereenkomst met een oppaskracht sluiten, kunnen de oppasovereenkomst blijkens de voorwaarden annuleren of opzeggen met inachtneming van de ‘nodige redelijkheid’. Hoewel een preventieve toetsing in de Regeling dienstverlening aan huis ontbreekt, moet de opzegging van een overeenkomst met een huishoudelijke hulp wel gebaseerd zijn op een redelijke grond. Dat Charly Cares spreekt van de nodige redelijkheid in plaats van een redelijke grond duidt dus evenmin op het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen ouder en oppas. De rol van de ouder lijkt bij het platform meer op die van een inlener.