De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.1.1.3:9.1.1.3 Pilot Conflictoplossing op maat
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/9.1.1.3
9.1.1.3 Pilot Conflictoplossing op maat
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS364190:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In dit boek worden alleen de hoofdlijnen van de resultaten van de pilots van de Rechtbanken Den Haag, Zutphen, Amsterdam en ‘s-Hertogenbosch weergegeven. Meer details over de resultaten van deze vier rechtbanken zijn respectievelijk te vinden in: Vlaardingerbroek e.a. (2009), De Hoon & Verberk (2009), Wensveen (2009) en Sportel & Terlouw (2009). Van de pilot bij de Rechtbank Utrecht zijn nog geen resultaten bekend.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In samenspraak met vijf rechtbanken en een aantal wetenschappers heeft het Landelijk Bureau Mediation naast Rechtspraak (LBM) de pilot Conflictoplossing op maat uitgevoerd. De doelstelling van dit project was ‘ervaring opdoen met vernieuwende rechterlijke procedures waarbij op basis van belangenonderzoek en conflictdiagnose ter zitting wordt gestreefd naar finale conflictoplossing’ (Crombrink e.a., 2009). Een korte beschrijving van de vijf pilots is opgenomen in box 36.
Box 36: Een beschrijving van de vijf pilots Conflictoplossing op maat
Rechtbanken Den Haag & Utrecht (sector Familie). Bij deze pilot onderzoekt de familierechter in een zo vroeg mogelijk stadium tijdens een regiezitting de verschillende conflicten die er zijn en hoe deze in onderlinge samenhang opgelost kunnen worden. De rechter stelt eerst vragen over het menselijke proces van scheiden en pas daarna vragen over het zakelijke en juridische proces van scheiden. De zittingen worden in een kleinere zittingszaal gehouden dan normaalgesproken.
Rechtbank Zutphen (sector Civiel) & Amsterdam (sector Kanton). Bij deze pilot worden de zittingen gedaan door een rechter en een mediator samen. Niet alleen de juridische aspecten van het geschil komen aan bod, maar ook de onderliggende belangen. Dit is nodig om vervolgens een goede conflictdiagnose met alle aanwezigen te kunnen doen en te bekijken welke oplossing het beste is voor partijen. In Zutphen hebben de rechter en mediator geen processtukken gezien voorafgaand aan de zitting, alleen een door partijen ingevulde (korte) vragenlijst. In Amsterdam was de setting wat informeel: de zittingen vonden plaats in een kleine zaal waar partijen elkaar konden aankijken en de rechter droeg geen toga.
Rechtbank ‘s-Hertogenbosch (sector Bestuur). Ook bij deze pilot vond — naast de bespreking van de juridische aspecten van het geschil — een belangeninventarisatie bij partijen plaats. Het doel daarvan was om samen met partijen te bepalen wat de beste manier van afdoening was: schikken, doorverwijzen naar mediation of een uitspraak. Alle zittingen werden meervoudig gedaan.
Er zijn in totaal 71 zittingen onderzocht door middel van observaties en interviews met partijen, advocaten en rechters. Daarbij is met name gekeken naar de manier waarop de rechter (en mediator) tijdens de zitting samen met partijen en advocaten tot een belangeninventarisatie en conflictdiagnose kwamen (Crombrink e.a., 2009).1 In Den Haag bleek dat er bij partijen een grotere bereidheid ontstond om over de zakelijke en juridische aspecten van scheiden te onderhandelen en afspraken te maken als de rechter eerst het menselijk proces van scheiden aandacht gaf. De geïnventariseerde belangen koppelde de Haagse rechters meestal terug en samen met partijen werd gezocht naar de meest geschikte afdoeningswijze. Bij deze rechtbank kon — als enige rechtbank — worden vastgesteld dat de gevolgde methode heeft bijgedragen aan een finale conflictoplossing.
In Zutphen was doorgaans geen sprake van een diepgaande belangeninventarisatie of een expliciete conflictdiagnose. De samenwerking tussen de rechter en mediator kwam niet zo goed uit de verf. De onderzoeksresultaten laten wel zien, dat de kern van het conflict naar voren komt als er een goede analyse van het conflict achter het geschil plaatsvindt. Mediators bleken beter zicht op de kern van het conflict te hebben dan rechters.
Ook in Amsterdam en ‘s-Hertogenbosch was niet structureel sprake van een belangeninventarisatie en conflictdiagnose. De Bossche rechters stuurden vaak sterk aan op een schikking of mediation, ook als partijen zelf te kennen gaven liever een vonnis te willen.
De ervaringen van de betrokken rechters waren bij de Rechtbank Den Haag en Zutphen positief, bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch gematigd positief — men vond het inventariseren van belangen lastig en de duur van de zittingen lang — en bij de Rechtbank Amsterdam waren de rechters met name te spreken over de samenwerking met de mediator, maar minder over de duur van de zittingen (Crombrink e.a., 2009).
De reacties van partijen waren met name in Den Haag heel positief. De pilotzittingen werden daar gewaardeerd vanwege de werkwijze van de rechter, de mogelijkheden die zij kregen om hun verhaal te vertellen en de aandacht die de rechter voor hen had. De ervaringen van partijen in Zutphen waren gemengd en die in Amsterdam voor het merendeel positief. Bij deze twee rechtbanken gaven partijen aan, dat zij soms andere verwachtingen hadden van de rol/bijdrage van de rechter en de mediator. In ‘s-Hertogenbosch waren de reacties van partijen wisselend. Een deel van de partijen vond het vragen naar belangen positief, een deel vond dat overbodig. De vier pilots laten zien dat partijen een gesprek met de rechter (en mediator) over wat er daadwerkelijk speelt in hun conflict erg waarderen (Pel & Verberk, 2009). Zij voelen zich dan gehoord, zijn van mening dat de kern van het conflict op tafel is gekomen en zijn erg te spreken over de behandeling en de uitkomst. De ervaringen van advocaten in de verschillende pilots kwamen grotendeels overeen met die van partijen (Crombrink e a., 2009).
De conclusie van Crombrink e.a. (2009) is dat de pilot, met name die bij de Rechtbank Den Haag, heeft laten zien dat er een toekomst is voor conflictoplossing op maat. Voor het stellen van een goede conflictdiagnose is het achterhalen van de kern van het conflict een eerste noodzakelijk stap. Uit de pilots van Zutphen en Amsterdam blijkt dat de belangrijkste meerwaarde van mediators met name ligt in het doen van een goede belangeninventarisatie en het betrekken van de relevante kenmerken van het conflict. Ook komt bij deze twee rechtbanken naar voren, dat mediators beter dan rechters in staat zijn de kern van het conflict te benoemen. Om die reden bevelen Crombrink e.a. (2009) aan om rechters in de toekomst meer vertrouwd te maken met de kennis en vaardigheden van mediators.