Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.1.0:2.3.4.1.0 Introductie
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.3.4.1.0
2.3.4.1.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958010:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij kunstcollecties en bij landgoederen is een aantal keer genoemd dat het vermogensbestanddeel in een stichting wordt ingebracht. Vervolgens staat in de statuten dat één of meerdere bestuursleden familieleden van een bepaalde familie moeten zijn. Er blijft zo wel een link met de familie behouden, maar de familieleden zijn geen economisch belanghebbenden bij het vermogen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het motief continuïteit wordt meerdere malen genoemd als motief voor het inzetten van een beheerstructuur. Ter illustratie komen een estate planner en enkele adviseurs aan het woord:
“Bij bijna alle families is het streven naar de continuïteit van het familievermogen.”
“Hoe hou je die familie zo dat ze elkaar met kerst nog willen zien? Want bijna het grootste goed van die familieondernemer, is continuïteit van het bedrijf. Let op, ik zeg niet continuïteit van het familiebedrijf. Het kan best betekenen dat je het bedrijf uit de familie moet laten vertrekken voor de continuïteit van het bedrijf. En hoe bewaar je, als tweede punt, harmonie in de familie.”
“Dat is eigenlijk in één woord te vervatten, dat is continuïteit. Dat is wat je heel veel hoort. Dat is natuurlijk een heel ruim begrip, maar wat men daarmee bedoelt is: wat opgebouwd is moet het liefst in stand blijven.”
Zoals hierboven aangegeven blijkt dat continuïteit uiteenvalt in een aantal onderliggende motieven. Deze onderliggende motieven hebben gemeen dat ze allemaal uiteindelijk als doel hebben om bij te dragen aan de continuïteit van het vermogen. Onderscheiden kunnen worden: behoud van zeggenschap, belangentegenstellingen binnen een familie, bescherming van goederen, bijeenhouden van het vermogen (binnen één familie), één of meer incapabele erfgenamen, het, al dan niet, gelijk verdelen van het vermogen over de toekomstig rechthebbenden en de opvoeding.
Een belangrijk aspect van het motief continuïteit dat uit de interviews volgt is dat er een tweedeling is tussen de continuïteit van het vermogensbestanddeel en de continuïteit van het vermogensbestanddeel bínnen de familie. Sommige rechthebbenden stellen het belang van de continuïteit van het vermogensbestanddeel voorop. Het hoofdmotief van deze rechthebbenden is dat de vermogensbestanddelen na het overlijden van de rechthebbenden in stand moeten blijven. Als de beste optie daarvoor lijkt te zijn dat het economisch belang bij en/of de zeggenschap over de vermogensbestanddelen buiten de familie worden gebracht, dan wordt daarvoor gekozen. Deze mogelijkheid wordt enkele keren genoemd bij familiebedrijven en bij kunstcollecties. Het voortbestaan van het bedrijf dan wel het bijeenhouden van een kunstcollectie krijgt bij deze eigenaren prioriteit boven het behoud van het vermogen binnen de familie. Een notaris zegt hierover:
“Het richt zich met name op registergoederen en landgoederen. Daar zegt men dat het belangrijk is dat het in de familie moet blijven. Voor de rest....zelfs bij familiebedrijven is het veel belangrijker dat het bedrijf de continuïteit heeft. Moet dat dan continuïteit binnen die familie zijn? Ik denk dat men dat als een onuitgesproken wens of aanname vooropstelt, maar je ziet ook wel dat familiebedrijven en eigenaren daarvan het belang van continuïteit van het familiebedrijf willen waarborgen, bóven het eigenaarschap van de familie.”
Op het moment dat het economisch belang bij het vermogensbestanddeel niet meer aan de familie toebehoort, is er geen sprake meer van familievermogen in de zin van dit onderzoek. Er wordt hier verder geen aandacht meer besteed aan deze mogelijkheid.1
Daarnaast is van belang om op te merken dat de beoogde duur van de continuïteit uiteen kan lopen. Aan de ene kant van het spectrum zitten de rechthebbenden die willen proberen om tot een figuur of structuur te komen die tot in lengte van dagen kan bestaan en de continuïteit van het vermogen kan waarborgen. Aan de andere kant van het spectrum zitten de rechthebbenden die wel een beheerstructuur willen opzetten om de continuïteit van het vermogen mogelijk te maken, maar die daarbij niet verder kijken dan één generatie na hen en daarbij deze generatie veel vrijheid en flexibiliteit willen meegeven om in te springen op veranderende omstandigheden. Er lijkt hierbij op basis van de interviews ook nog een verschil opgemerkt te kunnen worden tussen het zogenoemde oud geld en nieuw geld. Onder andere bij landgoederen die al meerdere generaties eigendom van een bepaalde familie zijn wordt een aantal keer genoemd dat het vermogen zoveel mogelijk voor meerdere generaties na de huidige rechthebbenden in stand dient te worden gehouden. Aan het woord komen achtereenvolgens twee adviseurs, waarvan de eerste spreekt over een landgoed en de laatste over een kunstcollectie, en een estate planner:
“Wij hebben het even als familie, als deze generatie in bruikleen en we mogen het doorgeven aan jullie. En jullie zullen het ook weer door moeten geven. Dus die traditie van doorgeven. Probeer het wel bij elkaar te houden. En zorg dat je het gewoon handig regelt. Dat krijgen ze toch wel met de paplepel ingegoten.”
“Ja, wel bijeengehouden. En zo mogelijk in stand gehouden. Maar er is een ander motief wat ze ook leidt. En dat is toch het veilig stellen van die waarde voor het nageslacht.”
“Kijk bij de één is het natuurlijk niet erg als het bedrijf verkocht wordt en er gecasht wordt (…). Misschien vindt hij het wel helemaal niet erg dat de kinderen dat opmaken of daar iets mee doen. Je ziet vaak bij familiebedrijven of bij vermogen dat al generaties in de familie is dat er wat meer behoefte is om dat ook voort te zetten.”
In de situatie dat een rechthebbende een onderneming heeft opgebouwd, deze heeft verkocht en liquide middelen of beleggingsportefeuilles naar de volgende generatie wil gaan overdragen, lijkt het bestaan van een continuïteitsgedachte minder of niet aanwezig op basis van de gegevens uit de interviews. Dit volgt ook uit het laatste citaat. Bij liquide middelen en beleggingsportefeuilles wordt in het kader van enige continuïteit soms aangegeven dat een rechthebbende wil voorkomen dat de generatie na hem het vermogen in één keer spendeert.