Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.1.1:7.1.1 Afbakening onderwerp
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.1.1
7.1.1 Afbakening onderwerp
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS306025:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een situatie waarin een werkgever surseance aanvraagt die snel gevolgd wordt door omzetting in faillissement is in 2015 door het Hof Arnhem-Leeuwarden expliciet ('materieel gezien') op één lijn gesteld met de eigen faillissementsaangifte: zie r.o. 5.2 in Hof Arnhem-Leeuwarden 1 oktober 2015, JAR 2015/274, m.nt. Van der Pijl.
HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:48.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de term doorstart wordt in dit hoofdstuk steeds gedoeld, tenzij anders vermeld, op de situatie dat de oorspronkelijke bestuurders en/of aandeelhouders direct of indirect betrokken zijn bij de doorstarter. De doorstart waarbij de verkrijgende partij op geen enkele wijze gelieerd is aan de oorspronkelijke werkgever – te denken valt hierbij aan de situatie waarin een concurrerende marktdeelnemer na een openbaar biedingsproces (een deel van) de onderneming van de curator overneemt – zal in dit hoofdstuk over misbruik van faillissementsrecht buiten beschouwing blijven, al kan niet volledig worden uitgesloten dat zich ook in zo'n geval omstandigheden voordoen die als misbruik van bevoegdheid door bijvoorbeeld de verkrijger kwalificeren, maar praktijkvoorbeelden daarvan zijn mij niet bekend.
Bij misbruik van faillissementsrecht wordt voorts consequent uitgegaan van misbruik van de bevoegdheid het eigen faillissement aan te vragen, al is denkbaar dat eveneens sprake is van misbruik, als de betrokken ondernemer hetzij samenspant met een crediteur door laatstgenoemde het faillissement te laten aanvragen, hetzij de faillissementsaanvraag uitlokt door opzettelijk jegens een crediteur niet aan de betalingsverplichtingen te voldoen.1 Aanvraag van het eigen faillissement kan overigens ook misbruik van bevoegdheid opleveren als geen sprake is van benadeling van de positie van werknemers, maar dat valt (daarom) buiten het bestek van dit onderzoek.2
Waar in dit hoofdstuk verder over misbruik wordt gesproken wordt derhalve consequent gedoeld op de situatie waarin door een werkgever het eigen faillissement wordt aangevraagd en daarbij sprake is van benadeling van werknemers.