Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.6.2
VI.6.2 Relatieve elementen
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178787:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 2 BW, p. 155 (MvA II). Publicatie in het Handelsregister, bijv. van een statutenwijziging, geldt m.i. als onvoldoende kenbaar en onvoldoende gericht. Anders: Hof Amsterdam 21 januari 2014, JOR 2014/158, m.nt. Nowak (RBOC Markenbinnen), rov. 3.8: een voormalig bestuurder behoort ermee bekend te zijn dat het Handelsregister de statuten(wijziging) bevat.
Zoals in Rb. Rotterdam 2 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP6276 (Rentowork), rov. 5.4.7 en Rb. Amsterdam 29 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7119 (Stichting Radio Advies Bureau), rov. 4.2.
HR 21 juni 2019, JOR 2019/214, m.nt. Van Vught (Arnhemse VvE), rov. 3.4, maar slechts wanneer het niet gebruikelijk is de genomen besluiten onder de leden bekend te maken. In deze zin – maar zonder die laatste beperking – ook het Duitse Aktienrecht: KK-AktG/Noack/Zetzsche 2017, AktG § 246 Rn. 26.
Dat alles klinkt behoorlijk absoluut, maar de regeling heeft ook relatieve elementen. De aanvang van de termijn is hiervan een voorbeeld. Zij begint in ieder geval te lopen wanneer het besluit voldoende wordt bekendgemaakt, maar wanneer dat het geval is verschilt per betrokkene. Een publicatie in de krant of op de website doet de termijn voor eenieder aanvangen, een rondschrijven of het vaststellen van de notulen werkt alleen jegens de aangeschreven leden of aandeelhouders.1 Besluiten genomen in kleine kring, zoals in het bestuur of de raad van commissarissen, kunnen aldus lange tijd onder de radar blijven. En ook het kennisnemen van een besluit heeft iets subjectiefs: alleen voor wie daadwerkelijk kennis heeft genomen, is de termijn aangevangen. Dat ligt weer anders voor degene die op de hoogte is gesteld. Wie zijn e-mail of post ongeopend laat, geldt als verwittigd.2 In de gepubliceerde rechtspraak gaat het meestal om gevallen waarin degene die vernietiging vordert, aanwezig is geweest bij de desbetreffende vergadering.3 Dat levert geen problemen op.
Vraag is wel of ter vergadering afwezige leden of aandeelhouders van de genomen besluiten op de hoogte moeten worden geacht, voor zover die besluiten in de tevoren verstrekte agenda zijn vermeld. Ik zou zeggen van niet. Anders dan in de VvE, waar art. 5:130 lid 2 BW spreekt van ‘kunnen kennis nemen’, gaat het bij art. 2:15 lid 5 BW om het daadwerkelijk bezitten van kennis over het genomen besluit. Er bestaat dan ook niet zoiets als een vergewisplicht, zoals in de VvE wel wordt aangenomen.4 Dat zou niet gerechtvaardigd zijn, gezien de grote gevolgen die het aanvangen van de vervaltermijn kan hebben. Betrokkenen hebben niet de plicht om de notulen op te vragen, maar mogen bekendmaking, kennisgeving of verwittiging van de genomen besluiten afwachten. Dit lijkt me niet alleen geldend, maar tevens wenselijk recht. Iets anders is dat slechts het feit dát een besluit is genomen, bekend moet zijn. Onwetendheid over de precieze inhoud of over de eraan klevende gebreken verhindert het aanvangen van de vervaltermijn niet. Wie hoort dat in bepaalde zin is besloten, behoort tijdig actie te ondernemen. Hij moet een en ander onderzoeken.