Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/9.3.3
9.3.3 Een primaire plicht tot schadevergoeding?
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657446:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wat in ons recht wel het uitgangspunt is, zie § 5.2.1.
Anders dan Polak denk ik dan ook niet dat schade altijd gelijk is aan het niet krijgen wat men toekomt (zie Polak 1949, p. 43). Zoals Schut terecht opmerkt: door een natuurramp geleden nadeel is ook schade (zie Schut 1963, p. 157). Het hiervoor in hoofdstuk 5 gemaakte punt is eerder dat waar een relatieve norm is aan te wijzen, die norm vertelt waar de gerechtigde aanspraak op had en daaruit kan worden afgeleid wat in dat geval schade is. Dat betekent echter niet dat schade niet op andere wijze kan worden vastgesteld.
Vgl. ook het betoog van Drion 1947, p. 270.
Het aannemen van een primaire plicht tot vergoeding klinkt alsof het paard achter de wagen wordt gespannen – wat schade is wordt dan immers niet afgeleid uit een eerdere aanspraak,1 maar als startpunt van de analyse genomen.2 Toch is die benadering minder vreemd dan ze op het eerste gezicht lijkt. Op basis van het ongeschreven recht zijn partijen continu verplicht allerlei redelijke maatregelen te treffen om schade bij anderen te voorkomen. Dat soort maatregelen kosten geld, maar zolang de daarmee af te wenden schade opweegt tegen de te maken kosten vinden we het in algemeen redelijk die plicht op te leggen. Waarom zou dat anders zijn als de enige passende maatregel het betalen van geld is?3 Neem bijvoorbeeld Trechsel/Lameris: als een aan A toebehorende boom op het erf van B valt en we het redelijk vinden dat hij verplicht wordt die te verwijderen, maakt het dan uit dat B de verwijdering uit noodzaak zelf op zich neemt? Natuurlijk niet: uiteindelijk vertelt de norm ons vooral dat A verantwoordelijk is voor zijn boom. En gelet op die verantwoordelijkheidsverdeling blijft het redelijk dat A de kosten draagt. Hetzelfde geldt voor de redelijk gemaakte zaakwaarnemingskosten. Ook daar geldt dat het niet zozeer fout was dat C zijn zaken liet waarnemen door D en D daarvoor kosten maakte, maar omdat C van die waarneming heeft geprofiteerd is het wel passend dat hij die schade vergoed. Primaire betamelijkheidsnormen tot vergoeding zijn zo vreemd nog niet.