Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.3.11.1
11.3.11.1 Inleiding
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491747:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor fiscaal gefaciliteerde bedrijfsfusies (art. 14, lid 1 en lid 2, Wet VPB 1969), juridische fusies (art. 14b, lid 2 en lid 3, Wet VPB 1969) en bestuurlijke herindelingen of herschikkingen (art. 14ba, lid 2 en lid 3, Wet VPB 1969) geldt dezelfde systematiek. In de vennootschapsbelasting wordt de techniek van de fiscale indeplaatstreding ook gehanteerd in de geruisloze terugkeerregeling (art. 14c, lid 1, Wet VPB 1969), de regeling voor de omzetting van rechtspersonen (art. 28a Wet VPB 1969) en het fiscale-eenheidsregime (art. 15aj, lid 5, Wet VPB 1969).
Zie over de fiscale indeplaatstreding in het kader van fiscaal gefaciliteerde bedrijfsfusies, splitsingen en juridische fusies bijvoorbeeld Van den Brande-Boomsluiter 2004, onderdeel 4.5, p. 113-115 en onderdeel 5.7, p. 187-210, Simonis, MBB 2014/11.1, onderdeel 7, De Vries, WFR 2015/526, onderdeel 2, Van der Burgt, WPNR 2016/7131, onderdeel 8, De Vries in: Stevens & Van de Streek 2019, p. 315-329, Bouwman & Boer 2019, onderdeel 7B.2.2.2, Simonis & Van der Velden in: Simonis e.a. 2019, onderdeel 13.3, p. 332-337 en onderdeel 13.5.1.2, p. 356-363, Vakstudie VPB, commentaar op art. 14a Wet VPB 1969, aantekeningen 5.21 t/m 5.23 (bijgewerkt 15-8-2021) en Van der Burgt, Cursus Belastingrecht VPB, onderdeel 2.6.0.C.c12 (bijgewerkt 12-1-2021). Zie ook Van de Streek 2008, onderdeel 3.5.6.2, p. 89-93, over de fiscale indeplaatstreding en de toepassing van de regeling voor omzetting van rechtspersonen (art. 28a Wet VPB 1969) en Kok 2005, onderdeel 4.5.2, p. 70, onderdeel 6.3, p. 128-130 en onderdeel 12.3, p. 398-402, over de fiscale indeplaatstreding in de context van het fiscale-eenheidsregime.
Het woord aangelegenheden gebruik ik als verzamelterm voor aanspraken, kwalificaties, omstandigheden, latente verplichtingen, sancties, termijnen en overige elementen.
Bij een ruisende splitsing is de splitsende rechtspersoon vennootschapsbelasting verschuldigd over de splitsingswinst. Daar staat tegenover dat de verkrijgers de verkregen vermogensbestanddelen op hun fiscale balans opnemen tegen de waarde in het economische verkeer. Maakt de splitser daarentegen gebruik van de wettelijke doorschuifregeling van art. 14a, lid 2, Wet VPB 1969, dan blijft acute vennootschapsbelastingheffing volledig achterwege. Aan het toepassen van deze doorschuifregeling is de fiscale indeplaatstreding gekoppeld: de verkrijgende rechtspersonen treden met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen in de plaats van de splitsende rechtspersoon. De fiscale indeplaatstreding geldt ook ingeval de doorschuifregeling op verzoek in de zin van art. 14a, lid 3, Wet VPB 1969 wordt toegepast, zij het voor zover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld.1 Dit fiscale doorschuifprocedé vervult een cruciale functie in het handhaven van belastingclaims. Het is daarom van belang om nader onderzoek te doen naar het toepassingsbereik van de fiscale indeplaatstreding naar huidig recht.2 Hierna wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (i) uitlatingen in de wetsgeschiedenis, (ii) de relevante jurisprudentie en (iii) de beleidsvisie van de Staatssecretaris van Financiën. Vervolgens wordt ingegaan op het door de staatssecretaris als wetsuitvoerder aangebrachte onderscheid tussen subject- en objectgebonden aangelegenheden.3 Het onderdeel wordt afgesloten met een slotbeschouwing.