Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.2.1:7.4.2.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.2.1
7.4.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS303188:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 24, lid 4, eerste volzin luidt als volgt: ‘Except where the provisions of paragraph 1 of Article 9, paragraph 6 of Article 11, or paragraph 4 of Article 12, apply, interest, royalties and other disbursements paid by an enterprise of a Contracting State to a resident of the other Contracting State shall, for the purpose of determining the taxable profits of such enterprise, be deductible under the same conditions as if they had been paid to a resident of the first-mentioned State’. De bepaling vergelijkt, voor zover hier van belang, betalingen van rente aan een crediteur die geen inwoner is van het land van de debiteur met betalingen van rente aan een crediteur die daarvan wel inwoner is. Het moet daarbij gaan om betalingen door een ‘enterprise of a Contracting State’. Deze term is in art. 3, lid 1, onderdeel d, OESO-modelverdrag als volgt gedefinieerd: ‘the terms “enterprise of a Contracting State” and “enterprise of the other Contracting State” mean respectively an enterprise carried on by a resident of a Contracting State and an enterprise carried on by a resident of the other Contracting State’. De betalingen moeten dus zijn gedaan door een onderneming die wordt gedreven door een inwoner van de betreffende verdragsstaat. Het is deze onderneming die door art. 24, lid 4, wordt beschermd.
Hierna wordt art. 24, lid 4, OESO-modelverdrag, voor zover van belang voor dit onderzoek, besproken. Eerst komt aan de orde welke vormen van onderscheid tussen de crediteur/inwoner en de crediteur/niet-inwoner zijn verboden. Daarna wordt behandeld of de bepaling alleen betrekking heeft op directe of ook op verkapte discriminatie. Vervolgens wordt ingegaan op de uitzondering voor arm’s length rente en andere uitgaven. De betekenis van de termen ‘interest’ en ‘andere uitgaven’ en de zaak, Ramada Ontario Limited v. The Queen, die betrekking heeft op de toepassing van een vergelijkbare bepaling in het belastingverdrag tussen Canada en de Verenigde Staten, komen daarna aan bod.