Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.4.1.2:3.4.1.2 De aanspraak en overeenstemmingseis als uitvloeisel van relativiteit bij bevel en verbod
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.4.1.2
3.4.1.2 De aanspraak en overeenstemmingseis als uitvloeisel van relativiteit bij bevel en verbod
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657546:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wordt geaccepteerd datrelativiteit een rol heeft te spelen bij bevel en verbod en wordt geaccepteerd dat het daarbij gaat om het verbinden van recht en plicht in één normatieve exercitie, dan wordt duidelijker waarom het Nederlandse recht een aanspraak op een bevel kent en daaraan de eis verbindt dat het bevel overeenstemt met de rechtsplicht die op gedaagde rust.
De relativiteitsgedachte eist dat een ‘normatieve’ brug wordt geslagen tussen de rechten van de eiser en de plichten van gedaagde. Daar waar gezegd kan worden dat de gedaagde een plicht heeft jegens deze eiser, ligt een actie in de rede. Waar dat in een ex post situatie betekent dat een eiser een aanspraak verwerft op vergoeding van bepaalde schade, betekent dat bij het bevel dat hij een aanspraak verwerft op een bevel van bepaalde omvang. In beide gevallen wordt de omvang van de remedie gedicteerd door de onderliggende norm. Bij de schadevergoeding betekent dat, dat moet worden gezocht tegen welke schade de norm beoogde te beschermen. Bij het bevel betekent dat, dat moet worden gezocht tot welk gedrag de gedaagde jegens eiser wel verplicht was en tot welk gedrag niet meer. De privaatrechtelijke remedie kan de gedaagde nooit tot méér verplichten dan waartoe hij jegens eiser verplicht was.
Vandaar ook dat een bevel in kort geding dat vooruitloopt op de bodemprocedure en een bevel dat ziet op een rechtmatige schakel in een onrechtmatige keten met enige argwaan moeten worden bekeken. Toewijzing van dat soort bevelen raakt aan de fundamenten van deze remedie. Een bevel is een behoorlijk ingrijpende remedie waar de eiser ook nog eens aanspraak op kan maken. Het past dan wel dat zorgvuldig wordt gezocht naar wat partijen over en weer jegens elkaar verplicht zijn en dat het bevel niet verder gaat dan dat. Als, zoals in Maxis/Boekhandelaren de verdenking bestaat dat het gedrag een schakel vormt in een keten van onrechtmatig gedrag, dan is het toch echt aan de eiser dit te bewijzen. Zou dat niet zo zijn, dan zou degene die toevallig gedaagd is tot meer verplicht worden dan degene die dat niet is – en daar verzetten relativiteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid zich tegen.