Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/2.8.3
2.8.3 Rechtsvormwijziging van vereniging, cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij in stichting
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS495374:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken I1955/56, 3463, nr. 100b, p. 6.
Een andere mogelijkheid is de leden deel te laten uitmaken van een raad van advies.
Zie C.W. de Monchy en L. Timmerman, De nieuwe algemene bepalingen van boek 2 BW (preadvies van de Vereeniging 'Handelsrecht% Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1991, p. 149. Anders: T.J. van der Ploeg e.a., Van vereniging en stichting, cooperatie en onderlinge waarborgmaatschappi j, Deventer: Gouda Quint 2007, p. 256.
G.J.C. Rensen, Extra-verplichtingen van leden en aandeelhouders (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2005, p. 331-332.
Indien een vereniging, cooperatie of onderlinge waarborgmaatschappij van rechtsvorm wordt gewijzigd in een stichting is de positie van de leden wat gecompliceerder. Een stichting heeft minimaal één orgaan, te weten het bestuur. Voor een stichting geldt een ledenverbod. De voormalige leden van de vereniging kunnen wel deel uitmaken van bijvoorbeeld een vergadering van aangeslotenen van de stichting. De rechten en verplichtingen van de aangeslotenen zullen in de statuten neergelegd worden, waarbij te denken valt aan het recht tot het bijwonen van (speciale) bestuursvergaderingen en het ontvangen van een periodiek.
Een andere mogelijkheid is het creëren van een toezichthoudend orgaan, zoals raad van toezicht of raad van commissarissen, die toezicht moet houden op het bestuur van de stichting. Een dergelijke raad functioneert meestal als een raad van commissarissen bij een kapitaalvennootschap. Een stichting kent een ledenverbod.1 Het ledenverbod wordt overtreden indien de vergadering van aangeslotenen of leden van een toezichthoudend orgaan bevoegdheden krijgen als een algemene ledenvergadering in een vereniging. Beslissend daarbij is of er bevoegdheden zijn op grond waarvan zij het beleid kunnen bepalen, naast het bestuur.2 De rechtspersoon kan dan ontbonden worden.3 Leden zullen wellicht bij rechts-vormwijziging van een vereniging, cooperatie of onderlinge waarborgmaatschappij in een stichting waarbij niet een orgaan voor de leden gecreëerd wordt4, niet voor een voorstel tot rechtsvormwijziging stemmen indien zij niet betrokken zullen worden bij de nieuwe rechtsvorm. Het feit dat een versterkte meerderheid vereist is voor het besluitvormingsproces bewerkstelligt dat de leden niet lichtvaardig tot rechtsvormwijziging zullen besluiten.
De opzeggingsmogelijkheid zoals die geldt voor leden is relevant bij rechtsvorm-wijziging in een vereniging, cooperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en niet bij rechtsvormwijziging van een stichting. Het is niet noodzakelijk dat de leden van een vereniging op enigerlei wijze een functie vervullen in de stichting. Indien rechtsvormwijziging plaatsvindt in een stichting met uitsluitend een bestuur, eindigt het lidmaatschap van de leden van de vereniging ter gelegenheid van de rechtsvormwijziging van rechtswege en is opzegging niet aan de orde.
Aan de leden van een vereniging, cooperatie of onderlinge waarborgmaatschappij kent de wet geen automatische positie toe na rechtsvormwijziging van één van genoemde rechtsvormen in een stichting.5 Dit heeft tot gevolg dat de leden op grond van de wet geen functie vervullen in de rechtspersoon die als stichting fungeert. Indien de stichting naast het bestuur een ander orgaan in het leven roept met als doel de voormalige leden te laten participeren, is toetreding van de voormalige leden vereist. Rensen verdedigt6 dat dan sprake is van een automatisch lidmaatschap van de voormalige leden aan dat orgaan van de stichting. Dat standpunt onderschrijf ik niet omdat de wet voor een dergelijk automatisme geen aanknopingspunten biedt.