Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/1:1 Inleiding
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/1
1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457676:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
‘Deetman wenst dat EG kritiek serieus neemt’, NRC Handelsblad, 5 januari 1993.
‘Deetman: EG verwijdert zich verder van burger’, Algemeen Dagblad, 6 januari 1993.
‘Deetman wenst dat EG kritiek serieus neemt’, NRC Handelsblad, 5 januari 1993.
Er vonden wel enige festiviteiten plaats, zie: https://www.europecalling.nl/.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 5 januari 1993 stelde de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, Wim Deetman, in zijn nieuwjaarstoespraak dat er ‘wordt […] gesold met het budgetrecht van Tweede en Eerste Kamer’.1 Volgens Deetman had Europese besluitvorming soms grote gevolgen voor nationale begrotingen. Hij oordeelde dat dit ‘niet onbeperkt [kan] doorgaan, het parlement kan dit niet over zijn kant laten gaan’.2 Ook stelde hij: ‘Het kan niet zo zijn dat parlementen achter de gesloten omheining van Brussel geruisloos aan positie inboeten.’3
Deetman deed deze uitspraken een klein jaar na de ondertekening van het Verdrag van Maastricht op 7 februari 1992. Dat verdrag trad pas op 1 november 1993 na een moeizame ratificatieperiode in werking. Het Verdrag van Maastricht leidde tot de instelling van de economische en monetaire unie (hierna: EMU). Op grond hiervan werd het monetair beleid voortaan een Europese aangelegenheid. Het economisch beleid bleef weliswaar in handen van de lidstaten, maar zou voortaan door de Europese Unie (hierna: EU) gecoördineerd worden. Ook bood het Verdrag van Maastricht de grondslag voor de bekende grenzen aan de overheidsfinanciën: het overheidstekort mag maximaal drie procent van het bruto binnenlands product (hierna: bbp) bedragen en de grens voor de staatsschuld ligt op zestig procent van het bbp.
In 2017 bestond het Verdrag van Maastricht vijfentwintig jaar. Tot grote feestvreugde leidde dat niet.4 Een van de oorzaken daarvan was de eurocrisis, die vanaf 2008 in alle hevigheid losbrak. Uit de hand gelopen overheidsfinanciën van het ene land bleken grote gevolgen te hebben voor de andere lidstaten. Een noodfonds kwam tot stand, waarmee lidstaten van een faillissement werden gered. In ruil daarvoor moesten zij aan strenge, zeer gedetailleerde voorwaarden voldoen. Het enthousiasme over Europese samenwerking leek verder weg dan ooit. Desalniettemin nam de Europese samenwerking op economisch terrein juist in rap tempo toe. Breed gedeeld was het idee dat er meer coördinatie moet plaatsvinden van het economisch beleid van de verschillende lidstaten. Alleen op die manier zouden nieuwe crises te voorkomen zijn. In korte tijd besloten de lidstaten tot veel uiteenlopende maatregelen, die alle hun weerslag hadden op het nationale economische beleid.
1.1 Vraagstelling1.2 Methodologie1.3 Opbouw