Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.5.3:6.5.3 Ritueel slachten en het consumeren van ritueel geslacht vlees
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.5.3
6.5.3 Ritueel slachten en het consumeren van ritueel geslacht vlees
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS452785:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
We zagen eerder al dat de maker van het EVRM, de Raad van Europa, deze opvatting impliciet huldigt bij de totstandkoming van het Europees Verdrag inzake de bescherming van slachtdieren, door in regelgeving te bepalen dat rituele slachters moeten zijn erkend door de betreffende religieuze gemeenschappen.
Noot B.P. Vermeulen in AB 2001, 116 bij EHRM 27 juni 2000, nr. 27 417/95 (Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk).
Noot J.H. Gerards in EHRC 2000/66 bij EHRM 27 juni 2000, nr. 27 417/95 (Cha’are Shalom Ve Tsedek v Frankrijk).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderscheid dat het EHRM hanteert tussen het recht op ritueel slachten en het recht op het consumeren van ritueel geslacht vlees kan men begrijpen vanuit het onderscheid tussen het individu en de maatschappij als geheel. Bij het recht op ritueel slachten gaat het EHRM dan uit van een algemene betekenis van ritueel slachten representatief voor alle joden in Frankrijk, terwijl het bij het recht op de consumptie van ritueel geslacht vlees uitgaat van een individuele betekenis van het consumeren van ritueel geslacht vlees en vindt dat iedere orthodoxe jood het recht heeft om vlees te consumeren dat voldoet aan zijn of haar religieuze eisen.1 De minderheidsorganisatie Cha’are wordt volgens het EHRM met het niet verlenen van een vergunning voor het op eigen wijze ritueel slachten niet geschonden in haar godsdienstvrijheid omdat het EHRM ritueel slachten objectief uitlegt, namelijk zoals door het ACIP is voorgeschreven. Met andere woorden, de wijze van ritueel slachten van Cha’are wordt niet als zodanig erkend. Het perspectief van het EHRM op de kwalificatie van de uitoefening van de rituele slacht zou men kunnen associëren met het politiek-filosofisch ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme: de staat erkent alleen de wijze van ritueel slachten van de gevestigde religieuze tradities (jodendom en islam) en niet de wijze van ritueel slachten van minderheden.
Het onderscheid tussen de kwalificatie van het ritueel slachten en het consumeren van ritueel geslacht vlees roept vragen op. Immers, is het niet inconsequent om het ritueel slachten objectief en het consumeren van ritueel slacht vlees subjectief te kwalificeren? In de literatuur is dit arrest dan ook sterk bekritiseerd. Zo vinden Vermeulen en Gerards het onderscheid dat het EHRM maakt ten aanzien van het recht op ritueel slachten en het recht op het consumeren van ritueel geslacht vlees onjuist. Volgens Vermeulen snijdt de redenering van het EHRM geen hout. Hij stelt dat de redenering dat er geen sprake is van een inbreuk op artikel 9 EVRM lid 1 indien het recht om rein vlees te kunnen consumeren (bijvoorbeeld door middel van import) niet geschonden wordt, net zo vreemd is als wanneer men redeneert dat een verbod op de katholieke eredienst door een paars gemeentebestuur geen schending vormt van de godsdienstvrijheid omdat de gelovigen in een naburige gemeente ter kerke kunnen gaan.2 Vermeulen lijkt met deze vergelijking te willen zeggen dat ook het recht op ritueel slachten zelf een meer individueel karakter zou moeten hebben en niet alleen het consumeren van ritueel geslacht vlees. Deze opvatting treffen we ook aan bij Gerards. Zij stelt dat het EHRM het recht van het ritueel slachten ten onrechte ondergeschikt maakt aan een ander, wel voor iedere gelovige geldend recht, namelijk het recht om voedsel te kunnen verkrijgen dat is geslacht en geprepareerd in overeenstemming met de regels die het geloof voorschrijft.3 Volgens Gerards zou het EHRM het ritueel slachten als zelfstandig recht moeten opvatten, zodat minderheidsorganisaties zoals Cha’are het recht hebben om op eigen wijze ritueel te slachten en niet worden achtergesteld bij de joodse meerderheid.