Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.3.3.1:2.3.3.1 De inrichting van de commanditaire vennootschap
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/2.3.3.1
2.3.3.1 De inrichting van de commanditaire vennootschap
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS442487:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* (2010), nr. 361.
Kamerstukken II, 2002/03, 28 746, nr. 5 (Nota n.a.v. Verslag), p. 13-14.
Kamerstukken II, 2002/03, 28 746, nr. 3 (MvT), p. 74.
Kamerstukken II, 2003/04, 28 746, nr. 5 (Nota n.a.v. Verslag), p. 29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Alvorens op de regeling van het bestuursverbod in het wetsvoorstel Personenvennootschappen in te gaan lijkt het goed de inbedding van de commanditaire vennootschap in dit wetsvoorstel te behandelen. Art. 7:836 lid 1 BW zoals daarin voorgesteld definieert een commanditaire vennootschap als volgt:
‘1. De commanditaire vennootschap is de als zodanig optredende openbare vennootschap welke naast een of meer gewone vennoten een of meer commanditaire vennoten heeft.’
Volgens art. 7:801 lid 1 BW zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Personenvennootschappen is een openbare vennootschap een vennootschap tot het uitoefenen van een beroep of bedrijf dan wel tot het verrichten van beroeps- of bedrijfshandelingen, die op een voor derden duidelijk kenbare wijze naar buiten optreedt onder een door haar als zodanig gevoerde naam. Met de wat vlakke term ‘gewone vennoot’ in art. 7:836 lid 1 BW wordt de volledig jegens derden verbonden vennoot van een commanditaire vennootschap bedoeld, die ik in dit onderzoek als ‘gecommanditeerde vennoot’ aanduid. Daarvan moet er dus altijd ten minste één zijn: een commanditaire vennootschap met uitsluitend commanditaire vennoten is onbestaanbaar.1 Tenzij contractueel anders is bepaald is iedere gewone vennoot op grond van art. 7:809 lid 1 BW van het wetsvoorstel Personenvennootschappen belast met het bestuur en is iedere gewone vennoot daarmee besturend vennoot. Net als onder huidig recht kunnen partijen overeenkomen dat geen van de onbeperkt voor de verbintenissen van de vennootschap verbonden vennoten besturend vennoot is: overeengekomen kan worden dat het bestuur volledig is opgedragen aan een of meer derden.2
De commanditaire vennoot wordt in art. 7:836 lid 2 BW als volgt gedefinieerd:
‘2. De commanditaire vennoot is de vennoot die niet uitsluitend arbeid inbrengt en uitgesloten is van de bevoegdheid voor rekening van de vennootschap rechtshandelingen te verrichten’.
De uitsluiting van de bevoegdheid voor rekening van de vennootschap rechtshandelingen te verrichten brengt naar de bedoeling van de wetgever met zich dat een commanditaire vennoot geen besturend vennoot kan zijn.3 Een vennoot die niet aan beide in lid 2 genoemde vereisten voldoet is geen commanditaire vennoot, maar moet worden aangemerkt als gewone vennoot. Daarmee is hij hoofdelijk verbonden voor de vennootschapsschulden. Art. 7:836 BW is van dwingendrechtelijke aard: afwijking bij overeenkomst brengt mee dat niet van een commanditaire vennootschap sprake is.4 Het onderscheidende kenmerk van de commanditair, diens beperkte draagplicht, is in het wetsvoorstel Personenvennootschappen opgenomen in een apart art. 7:836a BW:
‘De commanditaire vennoot behoeft in het verlies der vennootschap niet verder te delen dan tot het bedrag van hetgeen hij heeft ingebracht of verplicht is in te brengen. Van dit artikel kan niet worden afgeweken.’
Ook wat de aansprakelijkheid voor schulden en verbintenissen van de vennootschap betreft volgt het wetsvoorstel Personenvennootschappen het uit het huidige recht bekende patroon. Art. 7:837 lid 1 BW bepaalt het volgende:
‘1. De gewone vennoten van de commanditaire vennootschap zijn hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap; de commanditaire vennoten zijn niet verbonden voor zodanige verbintenissen.’
Jegens derden zijn de commanditairen normaliter dus niet verbonden, ook niet tot het bedrag van hun inbreng. Evenals naar huidig recht is dat anders wanneer de commanditair hetzij het naamvoeringsverbod overtreedt hetzij het bestuursverbod. Het in art. 7:837 lid 3 BW opgenomen naamvoeringsverbod wordt hier verder niet besproken: in het kader van dit onderzoek komt dat slechts aan de orde zover dat voor een goed begrip van het bestuursverbod noodzakelijk is.