Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.5.2
4.5.2 Feitelijke terzijdestelling van het bestuur vereist?
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS304845:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Heyning 1981, p. 187.
Kamerstukken II 1983/1984, 16 631, nr. 6, p. 19 (MvA). Zie ook De Groot 2011, p. 121.
Zie daarover in dit kader: Uniken Venema 1981, p. 162.
MvT 16 530, nr. 3, p. 18. Vgl. Uniken Venema 1981a, p. 589; Uniken Venema 1981, p. 158-159; Huizink 1989, p. 113 en Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 465.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 465.
Vgl. Houwen, Schoonbrood-Wessels en Schreurs 1993, p. 864. Zo ook: Uniken Venema 1981, p. 159.
MvA 16 631, p. 23-24/MvA II, Bundel NV en BV, IXs-Art. 138-25. Zie ook: Van Schilfgaarde 1986, p. 24-25.
Kamerstukken II, 1983/84, 16 631, nr. 6, p. 23-24 (MvA). Terecht kritisch daarover: Huizink 1989, hoofdstuk 2, par. 3.
Kamerstukken II 1983/1984, 16 631, nr. 3, p. 6 (MvT) en nr. 6, p. 23-24 (MvA); HR 20 mei 1988, NJ 1989, 676 (Kobo); HR 23 november 2001, NJ 2002, 95 (Mefigro) en Rechtbank Groningen 31 januari 2007, JOR 2007, 226.
Vgl. Uniken Venema 1981, p. 159.
Uniken Venema 1981a, p. 591; Lennarts 1999, p. 178 en p. 180; Wezeman 1998, p. 202 en 205.
Zo ook: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 465. Vgl. tevens Gerechtshof Amsterdam 27 mei 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2015 (Y Motorsloepen), r.o. 3.4, waarin het Hof overweegt dat met feitelijke terzijdestelling gelijk kan worden gesteld de situatie waarin de medebeleidsbepaler zijn wil aan het bestuur oplegt en het formele bestuur dat gedoogt.
Zie voor dezelfde opvatting: Rechtbank Noord-Holland 25 maart 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:2480 (SMA Dienstverlening B.V.), r.o. 4.13.
Vgl. De Groot 2011, p. 120.
Uit de MvT wordt niet duidelijk wanneer sprake is van het handelen “als ware hij bestuurder”.1 In concrete gevallen zal – zo wordt aangegeven – het begrip inhoud dienen te krijgen.2 Erg duidelijk is dat natuurlijk niet. In elk geval wordt wel duidelijk dat in beginsel in elk geval geen (mede-)beleidsbepalers zijn: externe adviseurs van de vennootschap, overheidswaarnemers, commissarissen3, leden van een ondernemingsraad en kredietverleners die bepaalde voorwaarden aan de vennootschap stellen.4 Zij kunnen niettemin (mede-) beleidsbepalers worden indien zij door hun beleidsbepalende handelingen het formele bestuur terzijde stellen5, althans indien zij zich met actieve en/of passieve medewerking van het bestuur bestuursmacht aanmeten.6
Voor het zijn van (mede-)beleidsbepaler dient op grond van de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie sprake te zijn van directe bemoeienis met het bestuur en dient – althans volgens de Minister – het formele bestuur terzijde te zijn geschoven.7 Een persoon die in dienst is van de vennootschap en binnen de grenzen van zijn bevoegdheid handelt, is volgens de Minister niet als (mede-)beleidsbepaler aan te merken.8 De betrokkene dient daadwerkelijk zijn bestuurstaak uit te oefenen.9
Onder terzijdestelling van het bestuur zou ik willen verstaan het bewerkstelligen dat het formeel bestuur zijn wettelijke bestuurstaak niet of niet volledig uitoefent.10 Noch in de doctrine, noch in de jurisprudentie bestaat overeenstemming omtrent het antwoord op de vraag of voor de kwalificatie als (mede-) beleidsbepaler de eis van feitelijke terzijdestelling van het bestuur gesteld dient te worden. Sommigen zijn van mening dat het bestuur feitelijk terzijde dient te zijn geschoven om van een (mede-)beleidsbepaler te kunnen spreken.11 Anderen zijn van mening dat het zelfs voldoende kan zijn dat de formele bestuurders gedogen dat een (mede-)beleidsbepaler het beleid bepaalt.12 Hoewel ik die laatste mening op zich deel, ga ik nog een stapje verder. Art. 2:138/248 lid 7 BW stelt ook het mede bepalen van het beleid gelijk met formeel bestuur. Dat betekent dat – strikt genomen – naast het bestuur er een (mede-)beleidsbepaler kan zijn of meerdere (mede-)beleidsbepalers kunnen zijn. Voor een kwalificatie als “(mede-)beleidsbepaler” hoeft het bestuur derhalve niet terzijde te zijn gesteld.13 Het komt erop aan of de besluitvorming van het formele bestuur door anderen dan de bestuurders op beslissende punten is bepaald of mede is bepaald.
Kortom: men kan stellen dat de (mede-)beleidsbepaler daadwerkelijk een bestuurstaak in de rechtspersoon dient te hebben uitgeoefend, al dan niet met een officiële functie en al dan niet met feitelijke terzijdestelling van het formele bestuur.14