Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.4.2:4.3.4.2 Ondernemer en resultaatgenieter
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.4.2
4.3.4.2 Ondernemer en resultaatgenieter
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS496425:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De omzetting kan in theorie ook leiden tot een boekverlies, zij het dat in de meeste gevallen op grond van goed koopmansgebruik al is overgegaan tot een afwaardering van de lidmaatschapsrechten resp. aandelen naar een lagere waarde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aandeelhouder ex art. 3.4 Wet IB 2001 van een in een stichting om te zetten BV die de aandelen op de voet van art. 3.8 Wet IB 2001 tot zijn ondernemingsvermogen rekent, dient op grond van art. 28a lid1 onderdeel b in combinatie met lid 2 Wet VPB 1969 af te rekenen over de stille reserve die is begrepen in de waardering van de aandelen.1 Voor de heffing van inkomstenbelasting wordt namelijk (ook) gefingeerd dat de BV zijn vermogen heeft uitgekeerd aan de deelgerechtigden tot dat vermogen naar rato van hun deelgerechtigdheid. De fictieve uitkering brengt voor de ondernemer een realisatiemoment met zich mee. De aandeelhouder wordt in de heffing van inkomstenbelasting betrokken voor het verschil tussen de boekwaarde van de vervallen aandelen en de fictieve liquidatie-uitkering. De in aanmerking te nemen fictieve liquidatie-uitkering wordt bepaald aan de hand van de waarde in het economische verkeer van het vermogen van de BV op het omzettingstijdstip.