Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/3.4.1:3.4.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/3.4.1
3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS489445:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. EHRM 25 maart 1998 (Belziuk t. Polen), § 37.
Vgl. EHRM 19 september 2000 (I.J.L. e.a. t. Verenigd Koninkrijk), § 112: ‘(…) it is a fundamental aspect of the right to a fair trial that criminal proceedings, including the elements of such proceedings which relate to procedure, should be adversarial and that there should be equality of arms between the prosecution and defence. (…)’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu het toepassingsbereik van art. 6 EVRM globaal is bepaald, zal ik nagaan wat het recht op een behoorlijk strafproces behelst. Vertrekpunt is dat art. 6 beoogt om eenieder die wordt vervolgd te verzekeren dat zijn zaak via een behoorlijk proces wordt beslist door een rechter. Deze waarborg houdt niet alleen een toegang tot de rechter in, maar stelt ook eisen aan de manier waarop de procedure gestalte krijgt. De zaak moet behoorlijk (‘fair’) en in het openbaar worden behandeld.1
Essentiële kenmerken van een behoorlijk proces (‘fair hearing’) zijn dat de procedure op tegenspraak wordt gevoerd (‘adversarial procedure’) en dat partijen over gelijke ‘wapens’ beschikken (‘equality of arms’).2 Hoewel deze kenmerken met elkaar samenhangen, zal ik ze hierna zelfstandig nagaan.