Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.2.1:7.2.1 Het collectief onderhandelingsvermogen van platformwerkers in het licht van artikel 101 VWEU
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.2.1
7.2.1 Het collectief onderhandelingsvermogen van platformwerkers in het licht van artikel 101 VWEU
Documentgegevens:
Inge Graef & Jasper van den Boom, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Inge Graef & Jasper van den Boom
- JCDI
JCDI:ADS288433:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 23 april 1991, C-41/90, ECLI:EU:C:1991:161 (Höfner).
Whish & Bailey 2018, p. 83-89.
HvJ EU 16 september 1999, C-22/98, ECLI:EU:C:1999:419 (Jean Claude Becu).
Daskalova 2018, p. 470-472, 496-497.
Daskalova 2018, p. 8; Collins 1990, p. 369.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen het Europese mededingingsrecht heeft de term ‘onderneming’ een eigen definitie. Een onderneming is ‘iedere entiteit die zich bezighoudt met economische activiteiten’.1 Het Hof geeft een zeer brede invulling aan de term ‘economische activiteiten’ en de term ‘onderneming’, waardoor ook non-profitorganisaties en (delen van) overheidsinstanties binnen het begrip vallen voor een optimale werking van het kartelverbod.2 Ondanks de ruime definitie van ‘onderneming’ worden werknemers echter expliciet niet gezien als ondernemers in de zin van het mededingingsrecht. Werknemers zijn, voor de duur van hun arbeidsrelatie, een onderdeel van de onderneming die hen in dienst heeft genomen en vormen gezamenlijk met de werkgever een economische entiteit.3 De classificatie als zelfstandig ondernemer betekent daarmee dat de platformwerker niet alleen uitgesloten is van sociale bescherming in de vorm van (o.a.) arbeidsverzekeringen en pensioensopbouw, maar dat deze ook onderhevig is aan het kartelverbod. Hiermee ontstaat een mismatch tussen de doelen van het arbeidsrecht en de toepassing van het mededingingsrecht. De platformwerker bevindt zich in een asymmetrische machtsverhouding ten opzichte van het (machtige) platform, maar kan geen aanspraak maken op de rechtsbescherming voor werknemers via het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht. Tevens wordt de platformwerker beperkt in het vermogen om collectief te onderhandelen.4 Dit probleem van ‘schijnzelfstandigheid’ is reeds opgemerkt door onder meer Collins in 1990 en is dus niet nieuw, maar het mededingingsrecht voorziet vooralsnog niet in middelen om rekening te houden met de heterogeniteit van de mate van zelfstandigheid voor ondernemers.5
7.2.1.1 De mogelijkheid tot collectief onderhandelen voor ondernemers volgens Europees recht7.2.1.2 Hoe de wetgever synergie tussen het arbeids- en mededingingsrecht kan bevorderen