Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.2.1:5.8.9.2.1 Algemeen
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.2.1
5.8.9.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648946:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer moet worden beoordeeld of een partij op basis van artikel 2:404 lid 5 BW het recht heeft om tegen de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid in verzet te komen, dienen verschillende vragen te worden beantwoord. De volgende vragen die aan deze beoordeling ten grondslag liggen kunnen worden onderscheiden:
Is de partij die in verzet komt een normadressaat van artikel 2:404 lid 5 BW; is de partij aan te merken als een schuldeiser in de zin van 2:404 lid 5 BW?
Heeft de partij een voldoende ‘harde vordering’; een vordering waarvoor nog aansprakelijkheid loopt?
In de navolgende paragrafen zal nader op deze vragen worden ingegaan.