Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.1.1.3
6.1.1.3 Verjaring
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617292:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Als een onroerend net door verticale natrekking wordt opgedeeld en dus bestanddeel wordt van het perceel waarin het is gelegen, dan kan men voor 2003 op grond van verjaring niet de eigendom van enkel het (volledige) net claimen. Het net moet derhalve een bepaalde zelfstandigheid hebben ten opzichte van de grond waarin het is gelegen.
Zie het verslag van de beraadslaging van 4 december 2006, EK 11-478.
Zie ook Huijgen 2008a.
Huijgen stelt in zijn advies dat een opstalrecht, dan wel de horizontale natrekking het net kon verzelfstandigen van de grond. Aangezien ik van de stelling uitga dat men pas toekomt aan de verjaringsvraag als zowel de nieuwe eigendomsregeling, als de horizontale natrekking niet opgaan, noem ik hier enkel het opstalrecht als mogelijkheid om voorheen een net te verzelfstandigen van de grond.
Zie voor bevrijdende verjaring Van Velten 2010.
Vóór de kabelarresten was onzeker of een net als een roerende of als een onroerende zaak moest worden beschouwd. In de kabelarresten heeft de Hoge Raad bevestigd dat netten onroerend zijn. Op basis van die constatering moet (in retroperspectief) er vanuit gegaan worden dat netten ook vóór de kabelarresten behandeld moeten worden als onroerende zaken. Overdrachten van netten in het verleden (vóór 2003) zullen plaatsgevonden hebben volgens de regels voor overdracht van roerende zaken. Vraag hierbij is of een rechtsopvolger — waarbij de overdracht niet geldig heeft plaatsgevonden omdat niet conform 3:89 BW is geleverd — door verjaring alsnog de eigendom van het onroerende net kan verkrijgen. Op 1 februari 2007 is de nieuwe eigendomsregeling ingevoerd. Volgens de nieuwe eigendomsregeling moet een net als een zelfstandige onroerende zaak worden beschouwd. In die zin zal een rechtsopvolger — wanneer hij thans een beroep wil doen op verjaring om een ongeldige overdracht in het verleden te helen — moeten aantonen dat het net, wanneer dit in andermans grond is aangelegd, in het verleden ook als een zelfstandige onroerende zaak kon worden beschouwd.1 Voor telecomnetten zal dit niet zo moeilijk zijn, aangezien deze netten op basis van artikel 5.6 (oud) Tw al verzelfstandigd waren van de grond waarin het net gelegen was. De rechtsopvolger van een telecomnet zal dan enkel de goede trouw ten aanzien van de aard van het net moeten aantonen. Als de overdracht heeft plaatsgevonden vóór 2003 (de kabelarresten) dan zal goede trouw mogelijkerwijs aangenomen kunnen worden. Zie ook de minister hierover in de parlementaire geschiedenis:2
`(...) in verband met de vraag of een verkrijger van voor de kabelarresten van 2003 te goeder trouw kan zijn. Als er gerede twijfel bestond of een netwerk een registergoed is — dat was het geval bij de kabelarresten van 2003 — is het gerechtvaardigd de goede trouw van de verkrijger te veronderstellen, ook al ontbrak een notariële overdrachtsakte. Daarbij geldt ook nog een verjaringstermijn van tien jaar. Dat klinkt redelijk.'
Voor andere netten (dan telecomnetten) ligt dit iets minder makkelijk. Zoals in par. 3.2.4.4 is gesteld, was onder het oude recht een net niet als een zelfstandige zaak te beschouwen3 en was enkel door vestiging van een opstalrecht4 verzelfstandiging van het (onroerende) net, ten opzichte van de grond, mogelijk. Dit betekent dat op de vraag of een net (in het kader van de verjaringsvraag) als zelfstandige onroerende zaak kan worden beschouwd, het antwoord alleen positief kan zijn als de rechtsopvolger kan bewijzen dat hij de eigendom van het net overgedragen heeft gekregen op basis van de overdracht van (zelfstandige) opstalrechten (zie verder par. 3.2.4.4). Overigens als het beroep van de rechtsopvolger op verkrijgende verjaring (van zelfstandige opstalrechten) slaagt dan zal hij nog wel deze opstalrechten moeten inschrijven op alle doorsneden percelen, hetgeen bij een omvangrijk net een aanzienlijke klus zal zijn.
Kortom, een ongeldige overdracht in het verleden kan geheeld worden door (verkrijgende) verjaring,5 wanneer de rechtsopvolger kan aantonen dat hij te goeder trouw was en dat aan hem (zelfstandige) opstalrechten zijn overgedragen waardoor hij eigenaar is van het zelfstandige onroerende net. Voor telecomnetten ligt dit anders, aangezien deze netten — ook voor de nieuwe eigendomsregeling — verzelfstandigd waren ten opzichte van de grond waarin ze gelegen waren. Een eventuele ongeldige overdracht van een telecomnet zal door verjaring geheeld kunnen worden als de rechtsopvolger kan aantonen dat hij te goeder trouw was ten aanzien van de aard van het net.