Einde inhoudsopgave
Beginsel en begrip van verdeling (AN nr. 168) 2018/4.9
4.9 De causa naar keuze: alternatief en exclusief
mr. T.H. Sikkema, datum 01-06-2018
- Datum
01-06-2018
- Auteur
mr. T.H. Sikkema
- JCDI
JCDI:ADS343148:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 maart 1987, BNB 1987, 150 m.nt. Laeijendecker, NJ 1989, 223 m.nt. W.M. Kleijn.
HR 4 maart 1987, BNB 1987, 150 m.nt. Laeijendecker, NJ 1989, 223 m.nt. W.M. Kleijn. Dit geldt in elk geval voor een keuze tussen koop en legaat. Vergelijk Kleijn onder 5 in zijn noot onder HR 4 maart 1987, BNB 1987, 149, NJ 1989, 224 en HR 4 maart 1987, BNB 1987, 150, NJ 1989, 223, geplaatst onder het eerstgemelde arrest; Zwemmer onder 6 in zijn noot onder HR 16 september 1992, BNB 1992, 385; HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL7283, BNB 2010, 275 m.nt. Van Vijfeijken, waarin door de keuze voor een voorwaardelijk afstandslegaat afstand werd gedaan van het recht op overdracht uit eerder verkregen economische eigendom en de afstand van het recht als opoffering had te gelden. Kritisch ten aanzien van de opoffering: Verstraaten 2007, p. 25; Gassler e.a. 2018, nr. 2.1.5.C.c. Zie over dit onderwerp ook B. Schols 2014, nr. 41, p. 3-4. Gelet op de civielrechtelijke insteek van dit onderzoek, is het hier niet de plaats nader in te gaan op de verschillende fiscale aspecten.
HR 16 september 1992, BNB 1992, 385, onder 3.2.
Vergelijk HR 4 maart 1987, BNB 1987, 149, NJ 1989, 224 onder 4.2; Hof ’s-Hertogenbosch 31 januari 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2046 onder 4.4.
NvW, Parl. Gesch. Boek 3, p. 613.
NvW, Parl. Gesch. Boek 3, p. 613.
Van Straaten 1988a, p. 416; Huijgen 1995a, p. 54; Gassler e.a. 2018, nr. 2.1.5.F.d; Van Straaten e.a. 2017, nr. 3.3.2. Zie ook: concl. A-G Moltmaker, ECLI:NL:PHR:1987:AB8699, vóór HR 4 maart 1987, ECLI:NL:HR:1987:AB8699, onder 2.3.1; Zwemmer in zijn noot onder HR 16 september 1992, BNB 1992, 385, onder 3.
In HR 4 maart 1987, BNB 1987, 150 m.nt. Laeijendecker, NJ 1989, 223 m.nt. W.M. Kleijn, overweegt de Hoge Raad ter zake van de keuze tussen twee geheel overeenkomstige rechten tot overdracht, koop en legaat, dat als gevolg van de overdracht krachtens legaat het uit de koopovereenkomst voortvloeiende recht tot overdracht teniet gaat (r.o. 4.2). De Hoge Raad voegt daaraan toe dat dit gevolg ‘van rechtswege’ intreedt door de overdracht ter uitvoering van het legaat (r.o. 4.2). Annotator Kleijn merkt onder 2 in zijn noot onder dit arrest, geplaatst onder HR 4 maart 1987, BNB 1987, 149, NJ 1989, 224 op, dat dit tenietgaan ‘dus’ niet het gevolg was van een clausule in de akte van afgifte legaat, maar dat het tenietgaan van rechtswege intrad door de uitgebrachte keuze voor de titel van legaat. Anders: Van Straaten 1988a, p. 415 en Van Straaten 1988b, p. 430, die op basis van de feitelijke vaststelling van het hof aanneemt dat de Hoge Raad gebonden was aan ‘s hofs uitleg dat de koopovereenkomst onder voorwaarde was gesloten, zodat de verplichting tot levering ‘van rechtswege’ teniet ging door vervulling van de voorwaarde.
Vergelijk Kleijn onder 5 in zijn noot onder HR 4 maart 1987, BNB 1987, 149, NJ 1989, 224 en HR 4 maart 1987, BNB 1987, 150, NJ 1989, 223, geplaatst onder het eerstgemelde arrest.
Voorafgaand aan de behandeling van de vraag in hoeverre keuzemogelijkheden bestaan bij het creëren van een causa voor levering in het kader van een verkrijging krachtens verdeling, kan het volgende voorop worden gesteld.
Bij de beschikbaarheid van twee geheel overeenkomstige (bestaande) rechten tot overdracht (zoals koop en legaat; scheiding is niet aan de orde) ten behoeve van dezelfde gerechtigde sanctioneert de Hoge Raad de keuze voor het jongere recht uit legaat en merkt hij in dat kader op dat uit de keuze voor het recht tot overdracht krachtens het legaat het recht uit koop ten gevolge daarvan van rechtswege teniet gaat.1 Uit de door de Hoge Raad toegelaten keuze voor het jongere recht kan worden afgeleid dat de keuzevrijheid van betrokkenen niet door de anciënniteit van een aan hen ter beschikking staand recht wordt belemmerd. Uit de overwegingen van de Hoge Raad kan worden opgemaakt dat bij alternatieve titels de levering slechts ter uitvoering van een van beide titels kan plaatsvinden, hoezeer bij de keuze voor de titel ter uitvoering waarvan wordt geleverd, de vrijheid van de keuze bij de betrokkenen ligt.2
Ik verlaat nu de bovenbedoelde situatie en bezie de situatie dat er behoefte bestaat aan het creëren van een causa in het kader van verdeling.
Vast staat dat bij een ‘beroep’ op de dubbele causa van bijvoorbeeld koop en boedelscheiding, de Hoge Raad de causa voor levering beperkt tot een enkelvoudige, met dien verstande dat de keuze van de belanghebbende om ter uitvoering van scheiding en koop geleverd te krijgen, de koop en niet de scheiding als causa voor levering wordt aangenomen.3 Wordt ter uitvoering van de koop geleverd, dan verkrijgt de koper/erfgenaam het goed geheel ten titel van koop en niet, zelfs niet voor een gedeelte, krachtens erfrecht.4 Eveneens staat vast dat in het kader van de verkrijging krachtens verdeling de mogelijkheid bestaat de niet als verdeling aan te merken causa te noveren in een wel als zodanig te kwalificeren causa. Een dergelijke handelwijze voorziet er blijkens de parlementaire geschiedenis in dat na levering ter uitvoering van een dergelijke overeenkomst krachtens verdeling wordt verkregen.5
Gegeven de mogelijkheid om met gebruikmaking van novatie de oorspronkelijke verbintenis teniet te doen gaan, kan de vraag worden gesteld of deelgenoten ook op een andere wijze het tenietgaan van de oorspronkelijk causa kunnen bewerkstelligen. Nu de parlementaire geschiedenis de mogelijkheid opent om via novatie de oorspronkelijke causa teniet te doen gaan,6 kan bezwaarlijk worden ingezien op welke grond aan deelgenoten het recht zou kunnen worden onthouden daarin op een andere wijze te voorzien. Aangenomen mag worden dat deelgenoten het recht toekomt om op iedere daarvoor rechtens beschikbare wijze de oorspronkelijke causa teniet te doen, teneinde tot verdeling over te kunnen gaan. In dit verband kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de mogelijkheid de betreffende causa te ontbinden.7
Waar de Hoge Raad bij twee alternatieve titels ten behoeve van dezelfde gerechtigde het van rechtswege teniet gaan van het recht tot overdracht krachtens de ene aanneemt bij een keuze voor de andere, kan door betrokkenen ook langs een dergelijke weg het teniet gaan van het recht tot overdracht voortvloeiend uit de niet als verdeling te kwalificeren causa worden nagestreefd.8 Verdedigbaar lijkt mij dat, bij het creëren van een causa voor levering in het kader van een verkrijging krachtens verdeling, het gebruik van een nadere overeenkomst is geoorloofd, ook indien die nadere overeenkomst géén novatie van de oorspronkelijke rechtshandeling inhoudt. Wordt vervolgens (uitsluitend) gekozen voor de uitvoering van de rechtshandeling die zelfstandig bezien als verdeling kan dienen, dan dient deze als zodanig te worden aangemerkt. Een dergelijke benadering ligt eveneens in lijn met het beginsel van contractsvrijheid.9
Hiervan uitgaande kunnen voor deelgenoten twee keuzemogelijkheden worden onderscheiden: een alternatieve en een exclusieve. De eerste keuzemogelijkheid heeft betrekking op de mogelijkheid een alternatieve causa tot stand te brengen door de creatie van een titel naast een bestaande titel. Op deze wijze voorzien de deelgenoten zichzelf van een opvolgende keuzemogelijkheid, namelijk de mogelijkheid om te kunnen aangeven welke van de hen ter beschikking staande titels exclusief heeft te gelden als causa voor levering. Hierbij zou het tenietgaan van de ongewenste causa nadrukkelijk kunnen worden nagestreefd, maar zou naar mijn overtuiging eveneens moeten kunnen worden volstaan met het expliciet uitbrengen van een keuze voor de titel die naar de wil van betrokkenen met uitsluiting van enige andere titel als causa voor levering zou moeten hebben te gelden.