Verzekering verzekerd?
Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.7.3.4:2.7.3.4 Liquiditeitsrisico
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.7.3.4
2.7.3.4 Liquiditeitsrisico
Documentgegevens:
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS613786:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Doff 2006, p. 73.
Harrington 1992, p. 30-31.
Tenzij het gaat om een geblokkeerde bankrekening.
Zie hierover nader paragraaf 1.10.
Bijlsma & Van Voorden 2011, p. 71.
Wel wordt aangenomen dat bij het faillissement van de bank van een bankverzekeraar een verhoogd risico bestaat op het afkopen van levensverzekeringen als gevolg van dit faillissement. Zie Jaarverslag 2010 van DSB Leven N.V., p. 30.
Zie hierover nader paragraaf 2.6.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Liquiditeitsrisico is het risico van onverwachte of onverwacht grote betalingen, waardoor men met verlies moet voldoen aan betalingsverplichtingen omdat een deel van de activa met verlies moeten worden verkocht.1 Een verzekeraar moet zorgen voor voldoende liquide middelen om alle verschuldigde uitkeringen te kunnen doen aan verzekerden. Deze liquide middelen ontvangt de verzekeraar grotendeels uit de door de verzekeringnemers te betalen premies. Liquide middelen hebben echter een laag rendement. Door te beleggen kan een veel hoger rendement worden behaald. Verzekeraars streven er daarom naar om precies genoeg liquide middelen tot hun beschikking te hebben. Het kan echter voor komen dat de liquide middelen onvoldoende zijn om de verschuldigde uitkeringen te voldoen aan verzekerden. Een dergelijke situatie zal zich vooral voordoen wanneer de hoeveelheid claims aanzienlijk hoger is dan op voorhand door de verzekeraar was ingecalculeerd, bijvoorbeeld omdat zich een catastrofe heeft voorgedaan. Deze ‘mismatch’ kan tot liquiditeitsproblemen bij de verzekeraar in kwestie leiden. In zo’n geval moeten beleggingen met verlies worden verkocht en realiseert het liquiditeitsrisico zich.
Verzekerden kunnen hun levensverzekeringspolis voortijdig afkopen op grond van art. 7:978 lid 1 BW, voor zover deze mogelijkheid niet is uitgesloten door de verzekeraar.2 Wanneer grote aantallen verzekerden tegelijkertijd hun polissen afkopen, kan de levensverzekeraar in liquiditeitsproblemen komen. Dit zou kunnen worden gezien als een run op de levensverzekeraar.3 Tijdens de expertmeeting is door een aantal experts verklaard dat de run op een verzekeraar niet voorkomt. Het begrip ‘verzekeraarsrun’ bestaat – in tegenstelling tot het begrip ‘bankrun’ – niet, aldus deze experts. Ik ben van mening dat – als er al kan worden gesproken over een run op een verzekeraar – deze situatie niet één op één te vergelijken is met een bankrun. Bij een bankrun kunnen depositohouders in beginsel vrijelijk en zonder boete4 het geld van hun rekening opnemen.5 Het voortijdig afkopen van een levensverzekeringspolis gaat daarentegen meestal gepaard met hoge kosten, boetes et cetera, en is daardoor minder aantrekkelijk voor verzekerden.6,7 Afkoop van een schadeverzekering is niet mogelijk, omdat de premies die worden betaald voor een schadeverzekering niet bestemd zijn voor die specifieke verzekerde maar voor het collectief van verzekerden.8 De enige mogelijkheid is om over te gaan tot opzegging van de schadeverzekering. Het gevolg daarvan is dat de dekking van de schadeverzekering eindigt na het verstrijken van de opzegtermijn en dat eventueel onverschuldigd betaalde premie moet worden terugbetaald door de schadeverzekeraar. De kans op een run op de verzekeraar is daarom erg klein.