Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.4:6.8.4 Vennootschapstructuur
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/6.8.4
6.8.4 Vennootschapstructuur
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401466:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Kamerstukken II, 2003-2004, 28 746, nr. 5, blz. 10.
Kamerstukken II, 2002-2003, 28 746, nr. 3, blz. 8.
Vgl: Bromberg, A.R. en L.E. Ribstein (2009), supra noot 290, § 4.05.
Artikel 7:816 lid 1 Wetsvoorstel Titel 7.13.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Participatie in de OVBA zou niet alleen mogelijk moeten zijn met een geldelijke inbreng maar ook door inbreng van arbeid. Ook in de OVBA dienen de partijen vrij te zijn om naar eigen wens de vennootschap contractueel te structureren. Aangezien de nieuwe rechtsvorm onderdeel zou worden van het (voorgestelde) personenvennootschapsrecht zal de vennootschapsovereenkomst het uitgangspunt zijn. Partijen kunnen, wanneer zij zelf niet hebben voorzien in de regelingen over het bestuur en de vertegenwoordiging, op de regelingen van Wetsvoorstel Titel 7.13 terugvallen. De beperkte aansprakelijkheid van de OVBA doorkruist deze regelingen niet. Ook bij de OVBA dient als uitgangspunt te gelden dat de vennoten op gelijke voet samenwerken en dat iedere vennoot een besturende vennoot is. Verder zouden de vennoten van de OVBA ook uit hoofde van artikel 7:800 lid 2 Wetsvoorstel Titel 7.13 onderling de plicht tegenover elkaar moeten hebben zich te gedragen zoals een goed vennoot betaamt. Dit dient dan wel dwingend recht te zijn.1 Uit deze regel vloeit vervolgens voort dat de rechten en verplichtingen van de vennoten jegens elkaar niet alleen bepaald worden door de inhoud van de overeenkomst als zodanig, maar mede door de redelijkheid en de billijkheid.2 De beperkte aansprakelijkheid zou een belangrijke contextuele factor zijn waarmee een rechter rekening moet houden bij het bepalen van de reikwijdte van deze plicht.3 Daarnaast betekent dit dat besturende vennoten gehouden zijn tot een behoorlijke vervulling van hun taak op grond van artikel 7:809 lid 3 Wetsvoorstel Titel 7.13.
Een gelijke winst en verliesdeling, bij afwezigheid van een bepaling hierover in de vennootschapsovereenkomst, kan bij de OVBA gehandhaafd blijven. Besturende vennoten lopen ten opzichte van niet-besturende vennoten wel meer risico op aansprakelijkheid omdat zij eerder aangesproken kunnen worden voor eigen daden en omissies (zie voor de aansprakelijkheidsregelingen bij de OVBA paragraaf 6.8.5). Dit extra risico kunnen de vennoten onderling compenseren door het aanpassen van de winst en verliesdeling aan de mate van risico die elke vennoot zou lopen. Binnen de OVBA zouden belangenconflicten kunnen ontstaan rondom de uitkering van winst. Vennoten die meer risico lopen om aansprakelijk gesteld te worden, zullen naar alle waarschijnlijkheid het vermogen binnen de vennootschap willen houden, zodat zij zich daar eventueel op kunnen verhalen. Vennoten die minder risico's lopen, zullen juist een prikkel hebben om het vermogen uit te keren, zodat derden zich daar niet meer op kunnen verhalen. Van belang is derhalve wie bevoegd is om over de uitkeringen te beslissen. Hierbij kan aansluiting gevonden worden bij de regeling die voor de OV of OVR geldt. De beslissingen over de uitkering van de winstdelen, kunnen bij de OV of OVR genomen worden door alle vennoten tezamen of indien anders is overeengekomen door enkele vennoten bij besluit.4 Het is dus geen specifieke aangelegenheid van de besturende vennoten. De onderlinge afspraken over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vennoten van de OVBA zullen voor derden kenbaar zijn omdat deze regelingen in het handelsregister vermeld moeten worden. Wanneer een OVBA dit achterwege heeft gelaten zou ook hier de sanctie van artikel 7:811 lid 2 Wetsvoorstel Titel 7.13 moeten gelden. Aangezien de OVBA ook expliciet moet vermelden wie de vennoten van de OVBA zijn, kan een derde zelf nagaan of de vennoot met wie hij zaken doet een echte en geen pseudo-vennoot is.