Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.4.2:10.4.4.2 De aandeelhouders, leden, schuldeisers, winstbewijshouders en optiehouders
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.4.2
10.4.4.2 De aandeelhouders, leden, schuldeisers, winstbewijshouders en optiehouders
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491476:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lichamen die als (potentieel toekomstige) participant of schuldeiser van de splitsende rechtspersoon betrokken zijn bij de splitsing en die in aanmerking willen komen voor fiscale begeleiding, kunnen de inspecteur op grond van art. 8, lid 1, Wet VPB 1969 jo. art. 3.56, lid 7, Wet IB 2001 verzoeken te bevestigen dat de splitsing niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. Dit geldt ook voor buitenlands belastingplichtige lichamen met een a.b. ex art. 17, lid 3, onderdeel b, Wet VPB 1969 in de splitsende rechtspersoon.1