Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.2.3:4.2.3 Gevolgen van het afwijzen van subsidiariteit
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.2.3
4.2.3 Gevolgen van het afwijzen van subsidiariteit
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS496265:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Maanen 2001, p. 46.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is het gevolg van het afwijzen van subsidiariteit? Zoals wij zagen is subsidiariteit een meta-regel, een regel die iets zegt over de toepassing van een andere regel. Afwijzing van deze metaregel brengt mee dat een omlijning van artikel 6:212 alleen mogelijk is door een bepaalde invulling te geven aan de vereisten van het artikel zelf.
In de volgende paragrafen wordt onderzocht hoe artikel 6:212 op systematische wijze kan worden omlijnd door een bepaalde invulling te geven aan de vereisten van artikel 6:212. In paragraaf 4.2.4 bespreek ik voorstellen om artikel 6:212 te omlijnen aan de hand van het vereiste ‘ongerechtvaardigd’. In paragraaf 4.2.5 bespreek ik pogingen tot omlijning waarin de nadruk ligt op het vereiste dat de verrijking wordt genoten ten koste van een ander.
Op deze plaats verdient nog te worden opgemerkt dat Van Maanen de wenselijke inperking van artikel 6:212 zoekt in een uitleg van het verarmingsvereiste die tot dezelfde resultaten zou leiden als subsidiariteit. Van Maanen betoogt dat een eiser niet verarmd is in de zin van artikel 6:212 als in zijn vermogen een vordering aanwezig is die strekt tot vergoeding van schade uit hoofde van artikel 6:162 of artikel 6:74, welke schade is ontstaan door de gebeurtenis die heeft geleid tot de verrijking van de gedaagde.1 Dit is in feite het subsidiariteitsvereiste, verkleed als verarmingsvereiste. Immers, zolang zich nog een andere vordering in het vermogen van de eiser bevindt, is deze niet verarmd.
Van Maanen’s benadering voldoet naar mijn mening niet in alle gevallen, omdat, zoals in de vorige subparagraaf is gebleken, de verarmde in sommige gevallen behoefte heeft aan een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking ondanks het feit dat hij ook een vordering uit wanprestatie of onrechtmatige daad geldend kan maken. Dit brengt mee dat een andere invulling moet worden gegeven aan de vereisten van artikel 6:212 dan door Van Maanen is voorgesteld.