De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener jegens de niet-particuliere cliënt
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.6:2.4.6 Tussenconclusie precontractuele deelverplichtingen
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.4.6
2.4.6 Tussenconclusie precontractuele deelverplichtingen
Documentgegevens:
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS371490:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Samengevat rusten in de precontractuele fase op de beleggingsdienstverlener altijd een informatieplicht en een onderzoeksplicht. In het kader van de informatieplicht moet de beleggingsdienstverlener er voor zorgen dat informatie duidelijk, correct en niet misleidend is. Verplichte informatie moet hij aan de cliënt in passende vorm op begrijpelijke wijze presenteren. Deze verplichtingen gelden ten aanzien van zowel de niet-professionele als professionele cliënt. Daarbij hoort wel de kanttekening dat de invulling van de verplichting bij niet-professionele cliënten strenger gereguleerd is dan bij professionele cliënten. Bij professionele cliënten heeft de beleggingsdienstverlener meer vrijheid om de deelverplichting naar eigen inzicht in te vullen. MiFID II wijzigt dit. De specifieke uitwerking van de deelverplichting ten aanzien van de niet-professionele cliënt is dan van overeenkomstige toepassing op de professionele cliënt. Daarnaast vult MiFID II de invulling van deze deelverplichting op belangrijke punten aan. De tweede deelverplichting, de onderzoeksplicht, uit zich bij vermogensbeheer en beleggingsadvies in de vorm van een geschiktheidstoets en in de vorm van de passendheidstoets bij execution only-dienstverlening. Bij professionele cliënten is de omvang van de geschiktheidstoets veel beperkter dan bij niet-professionele cliënten en de passendheidstoets is op professionele cliënten helemaal niet van toepassing. De derde deelverplichting, de waarschuwingsplicht, is in tegenstelling tot de eerste twee deelverplichtingen een voorwaardelijke verplichting. De beleggingsdienstverlener hoeft de waarschuwingsplicht slechts uit te voeren als reactie op de passendheidstoets indien een product niet passend is, de beleggingsdienstverlener de passendheid niet kan toetsen of hij de passendheidstoets niet hoeft uit te voeren. Aangezien uitvoering van de passendheidstoets beperkt is tot de niet-professionele cliënt, houdt dit in dat ook de waarschuwingsplicht beperkt blijft tot de niet-professionele cliënt. De vierde deelverplichting, de weigeringsplicht, is eveneens een voorwaardelijke verplichting die de beleggingsdienstverlener alleen in acht hoeft te nemen bij niet-professionele cliënten. Voorwaarde voor toepassing van de weigeringsplicht is dat de niet-professionele cliënt onvoldoende saldi heeft om de verplichtingen uit een transactie te kunnen voldoen. De vijfde en laatste precontractuele deelverplichting is het provisieverbod en dit verbiedt de beleggingsdienstverlener onder voorwaarden om provisies te betalen of te ontvangen. Onder MiFID is de intensiteit van het verbod afhankelijk van de aard van de cliënt. MiFID II brengt een differentiatie aan naar het type dienstverlening.