Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.9.4:3.9.4 Rechtspersoon als belanghebbende bij de Commissie
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.9.4
3.9.4 Rechtspersoon als belanghebbende bij de Commissie
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581208:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De oprichting van een stichting of vereniging waarbij de statutaire doelstelling is gericht op het behartigen van de desbetreffende consumentenbelangen biedt in het Europees recht geen oplossing voor het probleem dat consumenten geen aantoonbaar rechtmatig belang hebben. De ontvankelijkheid van een belangenorganisatie hangt af van de vraag of de leden rechtstreeks individueel geraakt worden. Consumentenorganisaties hebben dan ook meer mogelijkheden bij de NMa dan bij de Commissie nu een belangenorganisatie in het Europees recht niet-ontvankelijk is indien de leden van die vereniging niet individueel geraakt worden.1 Wel kunnen belangenorganisaties (zoals ondernemersverenigingen of consumentenverenigingen) in het Europees recht ontvankelijk zijn indien zij gerechtigd zijn de belangen van hun leden te vertegenwoordigen en het gewraakte gedrag de belangen van die leden kan schaden.2
Ondernemingen of de verenigingen die bevoegd zijn hun belangen te vertegenwoordigen kunnen een rechtmatig belang aanvoeren wanneer zij op de relevante markt actief zijn of wanneer het gedrag waarop de klacht betrekking heeft hun belangen rechtstreeks kan schaden. Denk aan partijen bij de overeenkomst of gedraging die het voorwerp is van de klacht of concurrerende ondernemingen die menen dat hun belangen door het gewraakte gedrag zijn geschaad. Tevens valt te denken aan ondernemingen die van bepaalde activiteiten zijn uitgesloten.
De Commissie beschouwt evenwel het belang van organisaties die redenen van algemeen belang aanvoeren zonder aan te tonen dat zij of hun leden rechtstreeks door de inbreuk dreigen te worden benadeeld, niet als een rechtmatig belang in de zin van artikel 7 lid 2 Verordening 1/2003.