Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.4.3.2
III.4.3.2 Fysiek plegen
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460471:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
“Uitgangspunt is, net als in het strafrecht, dat de bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd aan degene of degenen, die de gedraging «pleegt» of «plegen». Dat kan zijn degene die door zijn fysieke handelingen de bestanddelen van het delict vervult.” MvT, Kamerstukken II 2003/2004, 29702, 3, p. 78.
MvT, Kamerstukken II 2003/2004, 29702, 3, p. 77.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1458, M&R 2015/150, m.nt. Van ’t Lam; AB 2015/327, m.nt. Nijmeijer (Drugsafval Helmond). Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij het verbod afvalstoffen te storten buiten een inrichting van artikel 10.2 Wm (oud). Hoewel de verboden gedraging betrekking lijkt te hebben op een fysieke handeling (het feitelijk storten), wordt in de rechtspraak onder storten mede begrepen het ‘laten storten’. ABRvS 23 maart 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT1966, AB 2005/236, m.nt. Michiels, par. 2.8.2. Zie uitvoerig over de verantwoordelijkheid voor het opruimen van drugsafval: Woldendorp 2019.
ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:622, r.o. 5.3.
De meest basale vorm van overtrederschap, is fysiek plegen.1 De fysieke pleger is degene die de verboden gedraging zelf fysiek heeft verricht. Bij de fysieke pleger is er geen tussenkomst van een andere betrokkene nodig om de objectieve delictsbestanddelen te vervullen. Er hoeft niets te worden toegerekend, en daarom gelden voor het fysieke plegerschap geen voorwaarden anders dan die voortvloeien uit het voorschrift zelf.
Zoals gezegd moet het begrip ‘gedraging’ in het kader van de overtreding ruim worden uitgelegd: het omvat ook nalaten of het laten bestaan van een verboden toestand.2 Er zijn veel milieudelicten die ruim gedefinieerd zijn. Zo bepaalt artikel 10.1 lid 1 Wm bijvoorbeeld dat:
“Een ieder die handelingen met betrekking tot afvalstoffen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen of na te laten die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.”
De zorgplicht van artikel 10.1 lid 1 Wm is ruim geformuleerd. Een nalaten met betrekking tot afvalstoffen waardoor nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, kan voldoende zijn om te worden aangemerkt als pleger.
Een andere ruime verbodsbepaling die ingezet wordt in het kader van milieuschade, is het verbod om zonder vergunning gronden te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan van artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel volgt dat onder ‘gebruiken van gronden’ ook het ‘laten gebruiken van gronden’ wordt begrepen.3 Daardoor is een eigenaar van een perceel tot op zekere hoogte verantwoordelijk voor de gedragingen van anderen op zijn gronden.
Als bijvoorbeeld een boer op de hoogte is van de exploitatie van een drugslab op zijn grond, en de boer grijpt niet in, dan laat de boer zijn grond in strijd met een bestemmingsplan gebruiken. Toerekening van andermans gedragingen is niet nodig, de boer verricht zelf de delictsgedraging uit het geschonden voorschrift. De boer is overtreder en daarom kan de last onder dwangsom om het drugsafval te verwijderen en de grond te saneren aan hem worden geadresseerd.4 Overigens schept artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo geen risicoaansprakelijkheid voor de eigenaar van de grond waarop drugsafval gedumpt wordt. In een recente uitspraak over drugsafval op een weiland, heeft de Afdeling overwogen dat “slechts kan worden gezegd dat [de eigenaar] het weiland in strijd met het bestemmingsplan gebruikten als zij wisten of redelijkerwijs konden weten van het strijdig gebruik”.5 Dit lijkt me juist; de woorden ‘gebruiken’ en ‘laten gebruiken’ impliceren immers een zekere intentionaliteit.
Gelet op de ruime definiëring van sommige verboden gedragingen, is ‘fysiek’ plegerschap eigenlijk een te beperkte aanduiding. Ik blijf de aanduiding van ‘fysiek plegen’ gebruiken als tegenhanger van functioneel plegen; dus dat er geen toerekening van andermans gedraging is vereist om de objectieve zijde van het delict te vervullen.