Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.4.1
5.4.1 Algemeen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS397268:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld artikel 53, eerste lid, van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie paragraaf 3.2 van de Overeenkomst tussen de Europese Commissie en het nationaal agentschap Een Leven Lang Leren die ziet op het jaar 2011 (niet gepubliceerd).
Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.7.3.
Voor de bedrijfstoeslag geldt wel dat een landbouwer over toeslagrechten dient te beschikken. De verdeling van toeslagrechten is gebaseerd op de aan de lidstaat maximaal toegekende bedrijfstoeslagrechten; zie artikel 40 van de Verordening nr. 73/2009 gelezen in verbinding met bijlage VIII. Aan Nederland zijn in 2012 897.751 rechten toegekend. Deze toeslag-rechten worden evenredig over de landbouwers verdeeld.
Zie over de open-einde-regeling Den Ouden, Jacobs & Verheij 2011, p. 109.
De Europese middelen die door de lidstaten voor het verstrekken van Europese subsidies kunnen worden gebruikt, zijn doorgaans beperkt. Hoewel in de Europese subsidieregelgeving zelf geen subsidieplafonds zijn vastgesteld, volgt met betrekking tot de structuurfondsen, de migratiefondsen, het Europees Visserijfonds en het ELFPO uit de afzonderlijke beschikkingen van de Europese Commissie waarin de OP’s worden goedgekeurd, hoeveel Europees geld aan het desbetreffende programma kan worden besteed.1 Voor Jeugd in Actie en Een Leven Lang Leren is in de jaarlijks te sluiten overeenkomst tussen de Europese Commissie en de nationale agentschappen bepaald welk bedrag aan Europese subsidies voor een lidstaat beschikbaar is.2 Uiteindelijk zijn de beschikbare Europese gelden gebaseerde op het meerjarig financieel kader dat wordt vastgesteld uit hoofde van artikel 312 VWEU.3 In de Europese subsidieregelgeving is geen bepaling te vinden die voorschrijft dat nationale uitvoeringsorganen een subsidieaanvraag dienen af te wijzen, indien er onvoldoende budget beschikbaar is. Uiteraard impliceert het beperkte budget wel dat niet iedere aanvraag om Europese subsidie kan worden toegewezen. In zoverre is sprake van schaarse Europese subsidies. Een uitzondering bestaat voor de bedrijfstoeslag, de exportrestituties en de meeste andere ELGF-subsidieregelingen. Voor deze Europese subsidies geldt dat doorgaans direct uit de Europese regelgeving volgt of een landbouwer recht heeft op een subsidie; er bestaat geen OP voor de lidstaat en er is ook geen maximaal budget.4 In deze paragraaf zullen deze Europese subsidies buiten beschouwing blijven; het betreft immers geen schaarse Europese subsidies, maar een zogenoemde open-einde-regeling.5
Wanneer een beperkt budget beschikbaar is, dienen de Europese subsidies door nationale uitvoeringsorganen te worden verdeeld over de aanvragers. In paragraaf 5.4.2 wordt bezien in hoeverre de Europese subsidieregelgeving voorschrijft door middel van welk systeem deze verdeling dient plaats te vinden. In paragraaf 5.4.3 wordt vervolgens ingegaan op de tenderprocedure die in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie is voorgeschreven. Aan deze procedure liggen de beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid ten grondslag. Paragraaf 5.4.4 ziet op de vraag in hoeverre deze beginselen ook van toepassing zijn op de verdeling van andere Europese subsidies. Ten slotte wordt in paragraaf 5.4.5 besproken wat de gevolgen kunnen zijn indien een nationaal uitvoeringsorgaan de beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid schendt bij de verdeling van Europese subsidies.