Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.4.4.0
3.4.4.0 Introductie
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS389262:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
'Bij elke overeenkomst op afstand beschikt de consument over een termijn van ten minste 7 werkdagen waarbinnen hij de overeenkomst kan herroepen zonder betaling van een boete en zonder opgave van redenen. Aan de consument kunnen, voor de uitoefening van zijn herroepingsrecht, ten hoogste de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van goederen worden aangerekend', art. 6 lid 1 Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten.
Zie MvT Kamerstukken II 1999/2000, 26 861, nr. 3, p. 22.
Zie Hijma 2004, p. 29-43.
Zie Hijma 2004, p. 32-34.
Naast verlenging van de bedenktijd, levert het niet vervullen van de informatieplichten door de ISP een tekortkoming in de nakoming van de verbintenis op. Dit heeft tot gevolg dat de gevolgen van wanprestatie, zoals het vorderen van schadevergoeding, ook op de overeenkomst op afstand van toepassing zijn.
Wanneer een dag voor het verstrijken van de termijn van drie maanden alsnog aan de informatieplichten wordt voldaan, gaat alsnog een ontbindingstermijn van zeven dagen gelden. Dan zou de totale termijn dus drie maanden en zeven dagen zijn.
Zie Hijma 2004, p. 39-43. In de nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 1999/ 2000, 26 861, nr. 5, p. 24, is overigens opgemerkt dat hetgeen in de artt. 6:271 e.v. BW over de rechtsgevolgen van de ontbinding wegens een tekortkoming in de nakoming is bepaald, naar analogie van toepassing is op de ontbinding uit hoofde van art. 7:46d BW.
De wettelijke uitzonderingen zijn neergelegd in de artt. 7:46b en 7:46i BW.
Eén van de belangrijkste bepalingen in de afdeling overeenkomsten op afstand is het ontbindingsrecht van de consument (art. 7:46d lid 1-3 jo. 7:46i BW). De Richtlijn op afstand gesloten overeenkomsten hanteert het begrip herroepingsrecht.1 In de Nederlandse wet is er voor gekozen hiervoor het begrip ontbindingsrecht te hanteren om zo beter aan te sluiten bij de overige terminologie van ons wetboek.2 De vraag is echter of ontbindingsrecht hier wel de juiste term is. Hijma beoogt, en naar mijn mening met succes, dat hier met het ontbindingsrecht mogelijk het recht op vernietiging is bedoeld en de term ontbinden bovenal letterlijk is te verstaan: ont-binden, slechten van de contractule band.3 Vernietiging gaat uit van een totstandgekomen overeenkomst, die op grond van een bij de contractssluiting aanwezig probleem kan worden tenietgedaan (vernietigd) door één van beide partijen. De argumenten die Hijma voor vernietiging aandraagt zijn dat weerstandstekort en informatietekort een volwaardige wilsvorming belemmeren en daarmee in wezen als wils(vormings)gebreken zijn te beschouwen. Vervolgens sluit de gedachte van annulering aan bij de vermoedelijke belevingswereld van partijen. En bovendien verschaft het onderbrengen bij de vernietigbaarheden houvast, nu de wet te dien aanzien een solide rechtsstelsel bevat.4 Wanneer ik hieronder spreek van ontbinden in de zin van de wet overeenkomsten op afstand ga ik er daarom - met Hijma - vanuit dat wordt bedoeld vernietigen.
Omdat de consument vooraf geen mogelijkheid heeft een zaak te zien of te testen, acht de wetgever het noodzakelijk de consument een bedenktijd van zeven werkdagen te gunnen waarbinnen deze de zaak zonder opgaaf van redenen kan retourneren, of in het geval van een dienst, de overeenkomst kan ontbinden. Voor zaken gaat deze redenering op, wat betreft diensten heeft een consument offline vooraf ook geen mogelijkheid de dienst te testen. 'Dat wat offline geldt, moet ook online gelden' kan voor diensten dus niet opgaan. In art. 7:46d lid 1 tot en met 3 staat het volgende:
'Gedurende zeven werkdagen na de ontvangst van de zaak heeft de koper (lees consument klant van ISP LS) het recht de koop op afstand (lees overeenkomst op afstand tot het verrichten van diensten LS) zonder opgave van redenen te ontbinden. Indien niet is voldaan aan alle in artikel 46c lid 2 gestelde eisen, bedraagt deze termijn drie maanden. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing vanaf de voldoening binnen de in de tweede zin bedoelde termijn aan alle in artikel 46c lid 2 gestelde eisen. In geval van ontbinding overeenkomstig lid 1 kan de verkoper (lees ISP LS), behoudens ten hoogste de rechtstreekse kosten van het terugzenden van de zaak, aan de koper (lees consument klant van ISP LS) geen vergoeding in rekening brengen. In geval van ontbinding overeenkomstig lid 1 heeft de koper (lees consument klant van ISP LS) recht op kosteloze teruggave van het door hem aan de verkoper (lees ISP LS) betaalde. De teruggave moet zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen dertig dagen na ontbinding plaatsvinden.'
De ontbindingstermijn van zeven werkdagen kan voor diensten op twee mogelijke tijdstippen aanvangen. In beginsel vangt de ontbindingstermijn van zeven werkdagen aan op de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten, tijdstip één. Heeft de ISP niet voldaan aan alle in art. 7:46c lid 2 BW gestelde eisen, dan is de termijn maximaal drie maanden. Deze gaat ook in op de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.5 Op de dag waarop vervolgens wel aan de verplichtingen van art. 7:46c lid 2 BW is voldaan, mits die dag gelegen is binnen drie maanden na de sluiting van de overeenkomst, vangt alsnog de ontbindingstermijn van zeven werkdagen aan, tijdstip twee.6 De rechtsgevolgen van de ontbinding van de overeenkomst op grond van art. 7:46d lid 1 BW zijn met name de bevrijding van partijen van de door de ontbinding getroffen verbintenissen en de verplichting tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties. Nu ontbinding hier kan worden gelezen als vernietiging is de verbintenis tot ongedaanmaking gebaseerd op art. 6:203 BW en is het gevolg tevens dat de vernietiging terugwerkende kracht heeft (art. 3:53 lid 1 BW) en als gevolg daarvan goederenrechtelijk effect heeft.7 Het ontbindingsrecht is van dwingend recht en is daarom altijd van toepassing op een overeenkomst op afstand tenzij er sprake is van een wettelijke uitzondering.8