De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.2:3.2 De quasi-bestuurder in Boek 2 BW
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.2
3.2 De quasi-bestuurder in Boek 2 BW
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631706:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Honée (2017), p. 118 en Frielink (2021a), p. 468.
Uiteraard kan hij uit anderen hoofde (bijvoorbeeld als commissaris) een zodanige betrekking hebben.
Van Nuland (2021), nr. 4.3 spreekt in dit verband over de oneigenlijke (mede)beleidsbepaler, omdat er geen wettelijke bepaling is die deze (mede)beleidsbepaler gelijkstelt met een formele bestuurder.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn vier gevallen waarin Boek 2 BW – waar het gaat om het leerstuk aansprakelijkheid – een niet als zodanig benoemde persoon op gelijke wijze behandelt als een formele bestuurder:
indien een commerciële rechtspersoon failleert (art. 2:50a/2:138/2:248/2:300a BW);
bij een verkrijging van eigen aandelen die een BV insolvent maakt (art. 2:207 lid 3 BW);
bij (dividend)uitkeringen waardoor een BV niet langer aan haar opeisbare verplichtingen kan voldoen (art. 2:216 lid 4 BW); en
bij een besluit tot vermindering van het geplaatste kapitaal met terugbetaling op aandelen waarbij niet de eis in acht is genomen dat het eigen vermogen groter moet zijn dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden (art. 2:208 lid 6 BW)
Tot het in werking treden van de Wet Toezicht en Bestuur op 1 juli 2021 was in de wet nog een geval opgenomen waarin een niet als zodanig benoemde persoon op gelijke wijze werd behandeld als een formele bestuurder, namelijk de gelijkstelling met formele bestuurders van een NV of BV van personen die niet deel uitmaken van het bestuur, maar aan wie tijdelijk bepaalde bestuurstaken werden opgedragen (art. 2:151/261 lid 1 BW).1 De nieuwe regeling – die ziet op belet en ontstentenis – is te vinden in art. 2:134 lid 4 BW voor de NV en art. 2:244 lid 4 BW voor de BV. Deze bepalingen zullen hierna kort worden besproken (par. 3.2.3).
Een formele bestuurder staat in een organisatierechtelijke betrekking tot de rechtspersoon en kan daarnaast een contractuele relatie met de rechtspersoon hebben (zie par. 2.3). De vraag is of een quasi-bestuurder als zodanig evenzeer in een organisatierechtelijke betrekking tot de rechtspersoon staat.2 Met andere woorden: hoever strekt de (hierna te noemen) gelijkstelling van een quasi-bestuurder met een formele bestuurder? En wat betekent het antwoord op die vraag voor de vraag of de algemene norm waaraan een bestuur moet voldoen (art. 2:9 BW) ook op een quasi-bestuurder van toepassing is? Deze vragen komen later in deze studie aan de orde.
Een quasi-bestuurder kan verder jegens derden aansprakelijk zijn uit hoofde van een onrechtmatige daad.3 Daarop wordt bij het overzicht van de literatuur (par. 3.3) en rechtspraak (par. 3.4) nader ingegaan.
3.2.1 De quasi-bestuurder van de failliet verklaarde rechtspersoon3.2.2 De bijzondere gevallen bij de BV3.2.3 Tijdelijk opgedragen bestuurstaken3.2.4 Bestuursverplichtingen die rusten op de quasi-bestuurder