Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/7.6.3
7.6.3 Financiering à fonds perdu
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351946:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/641, Huizink, GS Rechtspersonen 2010, art. 2:98c BW, aant. 2.3, Buijn/Storm 2013, par. 14.6.4, Van Solinge (sr.), De statuten van de NV en de nieuwe bepalingen inzake het kapitaal, TVVS 1982/3, p. 59, Perrick, De statuten van de besloten vennootschap onder de nieuwe wettelijke regeling voor het kapitaal, WPNR 5765 (2015), p. 816, Schwarz, Vragen bij financieren van beschermingsprefs, Het Financieele Dagblad, 1 mei 1991. Zie ook Maeijer in zijn noot bij HR 18 april 2003, NJ 2003/286 (RNA) die uit dat arrest afleidt dat een donatie aan een stichting continuïteit ter bestrijding van door de stichting gemaakte of te maken kosten volkomen geoorloofd is. Anders Slagter, De financiering van een Stichting Continuïteit als houdster van beschermingsprefs, TVVS 1991/7, p. 183.
Zo ook Van Schilfgaarde, Geen probleem bij financiering preferente beschermingsaandelen, Het Financieele Dagblad, 15 mei 1991 en Van Solinge (sr.), Vennootschapsrecht in EG-perspectief 1993, p. 46-47.
De in de praktijk meest voorkomende financieringsvariant is die van een storting à fonds perdu. Het voordeel van deze financieringswijze is dat de vennootschap geen lening hoeft te verstrekken aan de stichting. Ze komt daarmee ook niet voor de vraag te staan of zij rente in rekening moet brengen bij de stichting.
In geval van een storting à fonds perdu betaalt de vennootschap de kosten van de stichting, of zondert zij een bedrag als stichtingskapitaal af. De vennootschap en de stichting gaan een kosten-compensatieovereenkomst met elkaar aan. In deze overeenkomst stelt de vennootschap zich bereid om de stichting van financiële middelen te voorzien om zodoende de kosten die de stichting maakt in verband met de verwezenlijking van haar doel te kunnen betalen. Veelal wordt expliciet bepaald dat de vergoeding door de stichting niet mag worden aangewend om te voldoen aan de stortingsplicht. Zou de stichting dat wel doen, dan kan betwijfeld worden of de stichting wel aan haar stortingsplicht heeft voldaan. Art. 2:98c BW is weliswaar op die situatie niet van toepassing, maar het geld dat wordt gestort is verkregen van de vennootschap zelf met als geen ander doel dan dat voor die storting aan te wenden.
In de regel verklaart de vennootschap jaarlijks aan de stichting een som ineens over te maken, waarbij de stichting de vrijheid heeft om die som te besteden. In dit verband wordt ook wel van een lump sum betaling gesproken. De vennootschap levert een bijdrage in de kosten van de stichting. Er is geen sprake van een gift of schenking. De verstrekking van de gelden door de vennootschap dient ter dekking van de door de stichting te maken kosten. Indien de stichting wordt ontbonden of niet langer een functie heeft, zal de stichting hetgeen resteert van de bedragen die zij van de vennootschap heeft ontvangen retourneren aan de vennootschap. Het bestuur van de stichting zal in de regel verantwoording afleggen aan de vennootschap omtrent de besteding van de bijdragen. Van een schenking pur sang is geen sprake; de bijdrage van de vennootschap voldoet niet aan de definitie van schenking in art. 7:175 lid 1 BW.
Algemeen wordt aangenomen dat een dergelijke kostenvergoeding niet onder het financieel steunverbod van art. 2:98c BW valt.1 Ik deel deze mening. Vergoeding van de algemene kosten heeft primair ten doel om de stichting in staat te stellen haar functie uit te oefenen. De vergoeding geschiedt niet met als doel om de stortingsplicht te kunnen voldoen. Nu het voorschieten van middelen om deze kosten te kunnen betalen niet onder het verbod van art. 2:98c BW valt, valt een financiering à fonds perdu er zeker niet onder. Het voorschieten van middelen is iets anders dan lenen, waar art. 2:98c BW op ziet.2