Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.8.2
11.8.2 Artikel 83 EG
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577533:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook HvJ EG 13 september 2005, zaak C-176/03 (Commissie/Raad), Jur. 2005, p. 1-7879, NJ 2006, 210 m.nt. MRM. Gelet op de uitspraak van het HvJ EG in deze zaak (betreffende de strafrechtelijke harmonisatiebevoegdheden van de EG op het vlak van het milieustrafrecht) is het niet direct uitgesloten dat het HvJ EG art. 83 EG zal accepteren als rechtsgrondslag voor een verordening of richtlijn met specifieke regels van burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht ten behoeve van de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht. Het HvJ EG overweegt (r.o. 48): 'Deze laatste vaststelling [dat het strafrecht en het strafprocesrecht in beginsel niet tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren, EJZ] kan de gemeenschapswetgever evenwel niet beletten om, wanneer het gebruik van doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen door de bevoegde nationale instanties een onontbeerlijke maatregel is in de strijd tegen ernstige aantastingen van het milieu, maatregelen te nemen die verband houden met het strafrecht van de lidstaten en die hij noodzakelijk acht om de volledige doeltreffendheid van de door hem inzake milieubescherming vastgestelde normen te verzekeren.'
Vgl. Hesper 1999, p. 151.
In artikel 83 EG kan wellicht een wettelijke basis worden gevonden voor de harmonisatie van de materiële en procedurele regels betreffende de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht.1 Hoewel de lijst met voorbeelden in artikel 83 lid 2 EG aanleiding kan geven om te twijfelen aan de geschiktheid van deze bepaling als juridische grondslag, is de lijst niet limitatief. Onder meer wordt daarin genoemd het vaststellen van de verhouding tussen nationale wetgevingen enerzijds en de bepalingen van het Europees mededingingsrecht anderzijds. Het is niet ondenkbaar dat de Gemeenschapswetgever op grond van artikel 83 EG een richtlijn of verordening aanneemt met specifieke regels voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.2 Op grond van deze bepaling in het EG-Verdrag worden, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, de verordeningen of richtlijnen dienstig voor de toepassing van de beginselen neergelegd in de artikelen 81 en 82 EG door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgesteld.
De communautaire bevoegdheid voor de harmonisatie van de materiële en procedurele regels betreffende de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht, zal bij toepassing van artikel 83 EG liggen in het streven van de Gemeenschap naar de totstandkoming en instandhouding van een interne markt en de voor de interne markt benodigde uniforme handhaving van het Europees mededingingsrecht. De materiële normen zijn neergelegd in de artikelen 81 EG en 82 EG. Artikel 83 EG geeft een bevoegdheid om die normen nader uit te werken.3