Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/1.3.2:1.3.2 Adviezen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/1.3.2
1.3.2 Adviezen voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943605:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De versie uit november 2019 vermeldt dat er in januari 2020 nog een definitieve versie van het Wetboek van Werk zou volgen, maar deze bleef uit. In publicaties/interviews nadien is, ook door mede-opstellers van het Wetboek van Werk, verwezen naar de versie uit november 2019.
Wetboek van Werk 2025, p. 15.
Het betere werk 2020.
Het betere werk 2020, p. 227.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020.
Rapport Commissie Regulering van Werk 2020, p. 10.
SER-advies 21/08.
SER-advies 21/08, p. 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het in november 2019 gepubliceerde Wetboek van Werk is opgesteld door een gezamenlijke expertgroep van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) en de Vereniging voor Arbeidsrecht (VVA).1 Zoals de naam al doet vermoeden, is het Wetboek van Werk een voorstel voor nieuwe wetgeving over arbeidsrelaties die in de plaats zou moeten komen van de huidige regelgeving. De voornaamste wijziging die de expertgroep heeft voorgesteld, is het loskoppelen van rechtsbescherming en contractvorm. Daartoe worden in het wetboek de termen ‘werker’ en ‘werkverschaffer’ geïntroduceerd. Een werker is een persoon die arbeid verricht in de uitoefening van het beroep of bedrijf van de ander; de werkverschaffer.2 Deze begrippen bepalen samen de werkingssfeer van het Wetboek van Werk.
Op 15 januari 2020 verscheen het rapport Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht van de WRR.3 Als onafhankelijk adviesorgaan van de overheid deed de WRR in dit rapport negen aanbevelingen om ‘de grip op geld, werk en leven te vergroten voor iedereen die werkt of wil werken’. Specifiek voor de uitbesteding van werk is relevant dat een van de aanbevelingen luidt om de concurrentie op arbeidsvoorwaarden tussen werkenden met verschillende contractvormen tegen te gaan. Ook in dit rapport is, net als in het Wetboek van Werk, een betoog te proeven voor een minder strikte koppeling tussen contractvorm en bescherming tegen risico’s die aan werk verbonden zijn, zoals arbeidsongeschiktheid.4 Gezegd moet worden dat dit rapport een meer signalerend karakter heeft en vooral de grote, macro-economische, lijnen probeert te schetsen waarlangs een eventueel nieuw arbeidsmarktbeleid gevormd moet worden. Concrete aanbevelingen voor wetswijzigingen treft men in dit rapport in mindere mate aan dan in de andere rapporten.
Op 23 januari 2020 werd het rapport In wat voor land willen wij werken? gepubliceerd.5 Dit rapport is opgesteld door de Commissie Regulering van Werk die daartoe in 2018 door de overheid werd ingesteld. De taak van de Commissie was het doen van onderzoek naar en het uitbrengen van advies aan het kabinet over de regulering van werkenden en arbeids- en opdrachtrelaties met als doel deze beter te laten aansluiten bij de behoeften en omstandigheden van de huidige tijd en (voor zover voorzienbaar) de toekomst.6 Een van de meest in het oog springende adviezen van de Commissie betreft het terugbrengen van de mogelijke contractvormen naar drie ‘rijbanen’ voor werkenden: de arbeidsovereenkomst voor werknemers die voor (on)bepaalde tijd werken in dienst van een werkgever, de uitzendovereenkomst voor werknemers in dienst van een uitzendbedrijf die tijdelijk werk verrichten dat niet of moeilijk voorzienbaar is en de overeenkomst voor zelfstandigen die werken voor eigen rekening en risico.7
De SER bracht in juni 2021 aan de informateur en het kabinet een sociaaleconomisch beleidsadvies uit ten behoeve van de kabinetsperiode 2021-2025.8 De titel van het advies luidt Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving. De SER adviseerde onder andere flexibele arbeidsrelaties terug te dringen en deed concrete voorstellen ten aanzien van de aanpak van schijnzelfstandigheid en de regulering van uitzendwerk.9