Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.2.5
4.2.5 Staatssteun
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS604567:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikelen 107-109 VwEU en de daarop gebaseerde regelgeving.
Stcrt. 2011, 23268, p. 2-4.
Financieel voordeel voortvloeiende uit regelgeving die niet met staatsmiddelen wordt bekostigd, levert geen strijd op met artikel 107 VwEU (zie onder meer: HvJ EG 15 juli 2004, C-345/02 (Pearl e.a. t. Hoofdbedrijfschap Ambachten), r.o. 35, HvJ EG 20 november 2003, C-126/01 (Ministre de l’économie, des finances et de l’industrie t. GEMO), r.o. 24 en HvJ EG 13 maart 2001, C-379/98 (PreussenElektra), r.o. 58).
De regeling levert geen kosten op voor de Staat.
De vraag kan worden opgeworpen of de keuzemogelijkheid die de Staatssecretaris heeft gecreëerd, naast de strijd met Besluit 2011/278/EU, ook in strijd is met de EU-regelgeving inzake staatssteun.1 Immers, de keuzemogelijkheid geeft de drijvers van inrichtingen een financieel voordeel. Zij kunnen met betrekking tot de kosteloze toewijzing kiezen voor lage administratieve lasten, zonder differentiatie tussen de broeikasgasinstallaties, of voor meer differentiatie met een mogelijk hogere toewijzing, maar tevens hogere administratieve lasten.2 Om een maatregel als staatsteun te kwalificeren is echter onder meer vereist dat het voordeel, voortvloeiend uit de maatregelen, door staats middelen wordt bekostigd.3 Nu dit niet het geval is,4 is er geen strijd met artikel 107 VwEU.