Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/3.3.0
3.3.0 Introductie
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS575596:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit betreft de wetsvoorstellen 28995 ‘Aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering gemeentebestuur’ (Wet dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden), 29310, ‘Aanpassing van de Gemeentewet, de Provinciewet en enkele andere wetten in verband met de dualisering van het gemeente- en het provinciebestuur’ en 29316, ‘Aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering provinciebestuur’ (Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden), die in oktober 2005 door de Eerste Kamer werden aangenomen en in 2006 van kracht werden.
‘Deze grondwetsherziening moet in ieder geval de grondwettelijke barrière wegnemen voor toekenning van de autonome bestuursbevoegdheid een het college in plaats van de raad’, zegt de Memorie van Toelichting van de Wdg. Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 10.
Gestileerde weergave schema uit: Kamerstukken II 2000/01, 27751, 3, p. 5.
Op 23 mei 2001 wordt de ‘Wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten tot dualisering van de inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het gemeentebestuur’1 oftewel de Wet dualisering gemeentebestuur (Wdg) ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel volgt in hoofdlijnen het advies van de staatscommissie Dualisme en lokale democratie – met als belangrijkste uitzondering de verdeelde aanbevelingen rondom de gekozen burgemeester. De benoemingsprocedure van de burgemeester wordt eerder al aangepast,2 waarbij de vertrouwenscommissie uit de raad een wettelijke positie krijgt.
‘Ik streef ernaar dit voorstel met ingang van de dag direct volgend op de eerstkomende raadsverkiezingen kracht van wet te laten krijgen, zodat het nieuwe stelsel met ingang van de komende raadsperiode effectief kan worden’,3
zo legt minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Klaas de Vries, zichzelf een enorme tijdsdruk op in de eerste alinea van de Memorie van Toelichting.
Mede omwille van de tijdsdruk kiest het kabinet voor een drietrapsaanpak bij het invoeren van het dualisme bij gemeenten (en provincies). Allereerst zal de Gemeentewet aangepakt worden, waarbij raad en college duidelijk verschillende taken en bevoegdheden zullen krijgen en het lidmaatschap van beide bestuursorganen onverenigbaar zal worden (de Wet dualisering gemeentebestuur). Daarna zal het kabinet komen met voorstellen4 om de medebewindswetgeving aan te passen aan de Wet dualisering gemeentebestuur, wat betekent dat een groot aantal medebewindstaken overgedragen zullen worden van de raad naar het college van B&W. Tenslotte was het de bedoeling5 ook het hoofdschap van de raad – zoals vastgelegd in artikel 125 van de Grondwet – te schrappen. Zover is het echter nooit gekomen.
De minister neemt in het wetsvoorstel de door de staatscommissie voorgestelde structuur van het gemeentelijke bestuursmodel over: 6