Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.4.4.2
4.4.4.2 De betekenis van Europese soft law: de Europese Commissie
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393670:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hieromtrent Craig 2012B, p. 578-584; Luijendijk & Senden 2011, p. 326-327; Hofmann, Rowe & Tllrk 2011, p. 576; Thomas 2009, p. 426; Stefan 2008, p. 765 e.v.; Schöndorf-Haubold 2005A, p. 400-402. Zie voorts HvJEU 2 december 2010, C-464/09P (Holland Malt BV), Jur. 2010, p. 1-12443, r.o. 46; HvJEG 11 september 2008, gevoegde zaken C-75/05P en C-80/05P (Duitsland e.a./Kronofrance), Jur. 2008, p. 1-6619, r.o. 59; GvEA 9 september 2008, gevoegde zaken T-349/06, T-371/06, T-14/07, T-15/07 en T-332/07 (Duitsland/Commissie), Jur. 2008, p. II-2181, r.o. 75; GvEA 8 oktober 2008, T-73/04 (Le Carbone-Lorraine/Commissie), Jur. 2008, p. II-2661, r.o. 70-72; GvEA 7 november 2007, T-374/04 (Duitsland/Commissie), Jur. 2007, p. II-4431, r.o. 110-112; HvJEG 28 juni 2005, gevoegde zaken C-189/02P, C-202/02P, C-205/02 P-C-208/02P en C-213/02P (Dansk Rorindustri), Jur. 2005, p. 1-5425, r.o. 211; HvJEG 15januari 2002, C-171/OOP (Alain Libéros/Commissie), Jur. 2002, p. 1-451, r.o. 35.
Omdat de eindontvangers van de Europese subsidies die in dit onderzoek centraal staan geen subsidierelatie aangaan met de Europese Commissie, zullen zij zich niet tegenover de Commissie op de soft law kunnen beroepen.
Luijendijk & Senden 2011, p. 327. Zie ook Thomas 2009, p. 427-428. Zie bijvoorbeeld HvJEG 28 juni 2005, gevoegde zaken C-189/02P, C-202/02P, C-205/02 P-C-208/02P en C-213/02P (Dansk Rorindustri), Jur. 2005, p. 1-5425, r.o. 209.
In HvJEG 18 juni 1970, 74/69 (Krohn), Jur. 1970, p. 451, r.o. 9 overweegt het Hof dat een uitleg van een verordening in een informeel besluit van de Commissie geen authentieke gemeenschapsrechtelijke interpretatie oplevert. Zie voorts Thomas 2009, p. 435; Senden 2004, p. 363 e.v.; Heike Adam 1999, p. 94-95 en Gil Ibáriez 1999, p. 205 e.v. Interpretatie door het Hof van Justitie moet in dit kader worden opgevat als interpretatie in abstracte. De door het Hof gegeven interpretatie van een bepaling van EU-recht is derhalve niet beperkt tot een individuele zaak.
Zie hieromtrent ook Luijendijk & Senden 2011, p. 327.
Dit blijkt bijvoorbeeld uit de Golden Share-zaken: HvJEG 4 juni 2002, C-367/98 (Commissie/ Portugal), Jur. 2002, p. 1-4731, r.o. 47; HvJEG 4 juni 2002, C-483/99 (Commissie/Frankrijk), Jur. 2002, p. 1-4781, r.o. 43; HvJEG 4 juni 2002, C-503/99 (Commissie/België), Jur. 2002, p. 1-4809, r.o. 43. Zie ook HvJEU 22 december 2010, C-215/09 (Mehilainen Oy), Jur. 2010, p. 1-13749, r.o. 31-35 waaruit blijkt dat het Hof Europese soft law van de Commissie soms ook uit eigen beweging in aanmerking neemt. Zie hieromtrent ook Luijendijk & Senden 2011, p. 328.
Zie Luijendijk & Senden 2011, p. 327. Soms laat het Hof impliciet blijken zich niet gebonden te achten aan interpretatieve soft law van de Europese Commissie. Zie bijvoorbeeld HvJEU 18 maart 2010 (C-218/09 (SGS Belgium), Jur. 2010, p. 1-2373) waarin het ging om de uitleg van het begrip 'overmacht', maar het Hof niet verwijst naar de Mededeling C (88) 1696 van de Commissie met betrekking tot overmacht in het Europese landbouwrecht. Zie voorts HvJEG 15 mei 2008, gevoegde zaken C-147/06 en C-148/06 (SECAP), Jur. 2008, p. 1-3565, waarin het Hof eigen criteria formuleert inzake overheidsopdrachten onder de drempel zonder te verwijzen naar de Mededeling inzake opdrachten onder de drempel waarin de Commissie criteria heeft opgenomen.
HvJEG 18 juni 1970, 74/69 (Krohn), Jur. 1970, p. 69.
Voor de Europese subsidieregelingen geldt dat de meeste soft law door de diensten van de Commissie wordt vastgesteld. Uit de Europese jurisprudentie blijkt dat het vertrouwens-, rechtszekerheids- of gelijkheidsbeginsel tot gevolg kunnen hebben dat de Europese Commissie aan de door haar diensten opgestelde soft law is gebonden.1 Dit betekent dat wat betreft de uitvoering van Europese subsidieregelingen de lidstaten en hun nationale uitvoeringsorganen zich ten opzichte van de Commissie op de soft law kunnen beroepen. Dit geldt ook voor eindontvangers van de Europese subsidies, mits zij direct een subsidierelatie aangaan met de Europese Commissie.'2Afwijking van decisoire soft law is geoorloofd, onder de voorwaarde dat de afwijking adequaat is gemotiveerd en geen strijd ontstaat met het beginsel van gelijke behandeling.3
Voormelde jurisprudentie is niet zonder meer toe te passen op interpretatieve soft law die door de Europese Commissie wordt vastgesteld. Dit heeft ermee te maken dat de uiteindelijke interpretatie van het Europese recht op grond van artikel 19, eerste lid, VEU tot de taken van het Hof van Justitie behoort.4 In dergelijke soft law wordt dan ook vaak een disclaimer opgenomen dat 'the considerations in this document are without prejudice to any further positron taken by the Commission acting as a collegiate body, nor to any future judgment of the European Court of Justice, which alone is competent to hand down legally binding interpretations of Community law´.5 Hoewel het Hof van Justitie Europese soft law als een interpretatiehulpmiddel beschouwt,6 is het Hof daaraan niet gebonden.7 Daarbij komt dat uiteindelijk niet de diensten van de Europese Commissie bevoegd zijn om rechtshandelingen vast te stellen, maar de Europese Commissie zelf. In het al wat oudere arrest Krohn overweegt het Hof van Justitie dan ook dat een officieuze uitleg van een verordening bij een informeel besluit van de Commissie geen authentieke gemeenschapsrechtelijke interpretatie oplevert.8 Het is derhalve de vraag of de lidstaten en nationale uitvoeringsorganen kunnen aanvoeren dat de Europese Commissie gebonden is aan door haar opgestelde interpretatieve soft law. Hierover bestaat nog geen jurisprudentie.