Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/3.5.8.1
3.5.8.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655782:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de PSLRA uitgebreid Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.17 en Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15. Zie over de PSLRA in de Nederlandse literatuur reeds De Jong 2010, p. 93-94, p. 101-103 en p. 108-110; Haazen 2017, p. 81-82.
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[1][A]-[C] en § 12.15[1][G]-[H]. Zie hierover in de Nederlandse literatuur De Jong 2010, p. 108-110.
Section 21D(b)(1): ‘(…) The complaint shall specify each statement alleged to have been misleading, the reason or reasons why the statement is misleading, and, if an allegation regarding the statement or omission is made on information and belief, the complaint shall state with particularity all facts on which that belief is formed.’ Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.13[2].
Section 21D(b)(2): ‘(…) The complaint shall, with respect to each act or omission alleged to violate this title, state with particularity facts giving rise to a strong inference that the defendant acted with the required state of mind.’ Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.8[4] en § 12.13[2]F.
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[1][D].
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.11[3].
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[1][I].
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[1][D].
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[1][J].
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.26. Volledigheidshalve wijs ik erop dat het hier niet gaat om aansprakelijkheid naar rato van veroorzakingswaarschijnlijkheid als oplossing voor een onzeker causaal verband (in de zin van het csqn-verband), maar om aansprakelijkheid naar rato van veroorzakingsaandeel.
Zie hierover Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.9[7][C]
Zoals reeds aan bod kwam bij de bespreking van de Securities Act 1933, is in 1995 de Private Securities Litigation Reform Act (‘PSLRA’) ingevoerd.1 De aanleiding voor de PSLRA was de zorg die men had over de alsmaar uitdijende civielrechtelijke aansprakelijkheid gebaseerd op het federale effectenrecht en de toenemende mate waarin misbruik werd gemaakt van het class actions-systeem. De PSLRA heeft aan onder meer de Securities Exchange Act 1934 een aantal bepalingen toegevoegd die voor de privaatrechtelijke handhaving van groot belang zijn. De bepalingen zijn opgenomen in de Sections 21D en 21E Securities Exchange Act.
In Section 21D(a) is ten eerste een reeks bepalingen opgenomen die specifiek van toepassing zijn wanneer onder de Securities Exchange Act een aansprakelijkheidsclaim wordt ingesteld door middel van een class action.2 Vervolgens zijn in Section 21D(b)-(f) bepalingen opgenomen die gelden voor claims gebaseerd op de Securities Exchange Act in het algemeen: Section 21D(b)(1) bevat een verzwaarde stelplicht voor het misleidende karakter van de litigieuze mededeling of omissie;3 Section 21D(b)(2) bevat een verzwaarde stelplicht met betrekking tot het scienter-vereiste;4 in Section 21D(b)(3) zijn regels opgenomen omtrent het bewijsrecht (‘Motion to Dismiss; Stay of Discovery’);5 in Section 21D (b)(4) wordt de bewijslast geregeld voor het vereiste van loss causation;6 Section 21D(c) bevat sancties die van toepassing zijn wanneer sprake is van misbruik van procesrecht (‘Sanctions for abusive litigation’);7 Section 21D(d) voorziet in een procedurele waarborg voor de gedaagde (‘Defendant’s right to written interrogatories’);8 Section 21D(e) bevat een regeling die de schadevergoeding maximeert (‘Limitation on damages’);9 en Section 21D(f) voorziet in een regeling van proportionele aansprakelijkheid (‘Proportional liability’).10 Tot slot is in Section 21E een bijzondere regeling opgenomen die van toepassing is wanneer de vennootschap (of iemand die namens haar handelt) aansprakelijk wordt gesteld voor zogenoemde ‘forward-looking statements’ (‘Safe harbor for forward-looking statements’).11
In het vervolg van deze paragraaf over de PSLRA bespreek ik alleen de regeling over de maximering van de schadevergoeding (de zogenoemde ‘PSLRA’s damages cap’). De andere regels van Section 21D laat ik – gelet op het geringe belang hiervan voor het onderhavige onderzoek – hier verder onbesproken (zie over de bewijslastregel voor het vereiste van loss causation reeds § 3.5.5.3). Voor een bespreking van de beschermingsregeling voor forward-looking statements verwijs ik naar § 3.4.5.1, alwaar de parallelbepaling van de Securities Act aan bod kwam.