Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.3.2:II.4.3.2 Verbindende kracht voor overheidsambten
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.3.2
II.4.3.2 Verbindende kracht voor overheidsambten
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS587153:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
BVerfG 23 oktober 1951, 1 E 14 (Südweststaat), 37.
BVerfG 12 november 1997, 96 E 375, 404. Vgl. Benda & Klein 2001, nrs. 1323-1330. Kritisch zijn Schlaich & Korioth 2007, nr. 485-494.
Zie paragraaf 4.2.2.
Heusch 2005, nr. 64.
Het Hof interpreteert § 31, eerste lid, BVerfGG extensief. Zij omvat ook die delen van overheidsambten die bevoegd zijn klachten aanhangig te maken bij het Hof (BVerfG 22 november 2001, 104 E 151, 197).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verbindende kracht van een arrest van het Duitse constitutionele Hof is niet beperkt tot het gezag van gewijsde tussen partijen. § 31, eerste lid, van het Bundesverfassungsgerichtsgesetz bepaalt:
Die Entscheidungen des Bundesverfassungsgerichts binden die Verfassungsorgane des Bundes und der Länder sowie alle Gerichte und Behörden.’
Het Hof legt die bepaling ruim uit. Niet alleen het dictum, maar ook de ‘dragende gronden’ van het arrest binden de in de bepaling genoemde ambten.1 Het omschrijft die gronden als volgt:
‘jene Rechtssätze, die nicht hinweggedacht werden können, ohne daß das konkrete Entscheidungsergebnis nach dem in der Entscheidung zum Ausdruck gekommenen Gedankengang entfiele. Nicht tragend sind dagegen bei Gelegenheit einer Entscheidung gemachte Rechtsausführungen, die außerhalb des Begründungszusammenhangs zwischen genereller Rechtsregel und konkreter Entscheidung stehen.’2
Dragende gronden zijn dus die overwegingen die noodzakelijk zijn voor de beantwoording van de rechtsvraag van het geschil en waarop het dictum van de uitspraak steunt. Die omschrijving komt overeen met wat de Amerikaanse rechter de holding van een uitspraak noemt: het deel van de uitspraak dat als precedent geldt, zodat de lagere rechter het moet volgen.3
Gebonden aan het dictum en de dragende gronden van de uitspraak zijn de Verfassungsorgane van zowel de federatie als de deelstaten – dat zijn de ambten die hun bevoegdheid rechtstreeks ontlenen aan de grondwet van de federatie of van een deelstaat4 – en alle gerechten en (andere) overheidsambten.5 Daarin verschilt de Duitse vorm van binding van de rechtsgevolgen die een precedentenstelsel heeft: in zo’n stelsel zijn alleen rechters aan de holdings van uitspraken van hogere rechters gebonden.